Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

172

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

tember en eindigt in Den Bosch; de prijzen zijn naar gelang van 't aantal mededingers 300, 200 en 100 of 250, 150, 100, 50 en 50 gulden; de jury bestaat uit de heeren Jef Denijn, A. van Balkom, W. Petri, Jan Wagenaar en P. A. van Westrheene.

De redactie van Onze Torenmuziek wekt tot deelneming op, publiceert nog eens het vroeger in Caecilia - Het Muziekcollege geplaatste verslag van het Bossche beiaardcongres met tentoonstelling en muziekfeest, vertelt van de voor een jaar in Arnhem met ongeveer 60 leden begonnen door aangenaam ingerichte goede zomeravondklokkenbespelingen bijna 600 leden sterk geworden onderafdeeling der vereeniging, vraagt voor het volgende nummer programma's, van alle dergelijke beiaardconcerten in ons land, noemt als voorbeeld een in Den Bosch ontworpen reeks, verzoekt opgaven voor een klokkenspelmuziekcatalogus, biedt lijsten van het in afschriften beschikbare manuscriptenbezit der vereeniging en van 't geen het genootschap en de Mechelsche Beiaardschool deden uitkomen, adverteert een huisbeiaard (oefentoestel), betoogt dat het Kon. Conservatorium een klokkenistencursus behoort te krijgen, vermeldt de klokkenspelherstelling van Haarlem en dringt aan op een van Alkmaar, herdenkt den uitnemenden beiaardier wijlen Jan Morks, geeft de hoop te kennen dat, nu het een kwarteeuw geleden is dat Peter Benoit stierf en in Vlaanderen alom viering zijner gedachtenis wezen zal, ook de Noord-Nederlandsche beiaardiers muziek van hem zullen spelen, die zij gaarne verstrekken wil, en brengt ten slotte het vereenigingsdoel in herinnering en de lidmaatschapsbepalingen: contributie-minima ƒ0.25, ƒ1, ƒ10 voor gewone leden, begunstigers en beschermers, tot welke laatste men ook door een gift van ten minste ƒ 100 ineens wordt gerekend, en 't adres van den secretaris, Arnhem, Velperweg 122.

Oude muziekcolleges

door S. KALFF.

I.

Ten verzoeke van de „Haerlemse Musicanten" schreef vader Cats zijn „Lofgedicht ter eeren van Jubal, eerste vinder van de sangh-konste en snarenspel", met den aanhef:

De vinder van de sangh is weert, met alle tongen, De vinder van de sangh is weert te zijn gezongen: Op! gasten, geesten, op! en al die singen kont, Gebruyckt hier snarenspel, gebruyckt een soeten

mont.

Voor dezen bijbelschen Jubal, van wien het Boek Genesis zegt: „Deze was de vader van allen, die harpen en orgelen handelen", werden te Amsterdam reeds vroeg altaren opgericht, al waren die altaren aanvankelijk laag bij den grond. De muziekgeschiedenis van de 16de en 17de eeuw is echter tamelijk duister wat de brieven en gedenkschriften betreft van de muziekliefhebbers dier dagen, welke het van belang achtten den nazaat in te lichten over de bijzonderheden der toenmalige muziek en muziekvereenigingen. In de Brieven van Hooft b.v. vindt men in dit opzicht al zeer weinig over den Muiderkring, waar toch zoo vlijtig gemusiceerd werd. Daar bloeide een van de voornaamste letterkundige en muzikale vereenigingen uit vroeger tijd, maar te Amsterdam, waar Hooft zijn deftig woonhuis had tegenover de Groenlandsche Pakhuizen op de Keizersgracht, waren er andere van minder beteekenis en vermaardheid. Een der oudste was het Collegium Musicum, waaraan in 1597 de Amersfoorter poëet Joannes Tollius zijne madrigalen of herdersdichten opdroeg, doch waarover zeer weinig bekend is. D. F. Scheurleer schreef daarover in 1904:

„Het kan niet genoeg betreurd worden, dat het tot nu toe niet gelukt is meerdere bizonderheden omtrent dit gezelschap bij -

Sluiten