Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

20

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

Boekaankondiging

door

Dr. R. P. BERNET KEMPERS.

De „Barenreiter-Verlag" te Augsburg zendt mij eenige van haar muziekuitgaven ter aankondiging en bespreking.

Het zijn:

het „Locheimer Liederbuch" I Teil: die mehrstimmigen Satze herausgegeben von Konrad Ameln. 32 blz. prijs ƒ 2,10;

John Dowland: Komm zurück. Madrigale für vierstimmigen Chor herausgegeben von Walther Pudelko.

id.: id, für eine Singstimme und Laute.

id.: Flieszt, ihr Tranen. Madrigale für 2 Singstimmen, Laute und ein Streichinstrument, herausgegeben von Walther Pudelko.

De prijs der bundels van Dowland is ƒ 1,10 per nummer.

Voor den historicus zijn zulke uitgaven wel interessant; vooral wanneer deze zoo kennelijk deskundig zijn voorbereid als b.v. bij het Locheimer Liederbuch het geval schijnt. Maar reeds de eerste blik overtuigt ons, dat ze voor hem niet in de eerste plaats bedoeld zijn: de notenwaarden zijn verkort, de sleutels veranderd. Bovendien zegt de uitgever zelf dat deze uitgave „in erster Linie für den praktischen Gebrauch bestimmt ist". Men vraagt zich verbaasd af: heeft dat zin? Gelooft iemand in ernst, dat deze liederen ooit weer praktisch in gebruik zullen komen en dat in den vorm, die daaraan voor 450 jaren gegeven werd? Is dat geen volkomen miskenning van de totaal veranderde sociale toestanden, van den veranderden vorm van het muziekleven en van de veranderde aesthetische inzichten? Het is waar, deze liedjes hebben naast historische ook een zekere aesthetische waarde. Maar welk een bezetting is er noodig om zoon simpel liedje ten gehoore te brengen. Nemen wij b.v. het eerste: dit is driestemmig en 3 -f- 2 X 6 -f~ 13

-j~ 6 maten lang. De laagste stemmen zijn instrumentaal. Om nu deze 34 maten uit te voeren zijn, volgens advies van den uitgever noodig: een altfluit of d fluit met b klep (voor de drie inleidende maten), een altstem, een altviool en een gamba of cel. Andere kombinaties zijn niet uitgesloten (2 alten zouden gelukkiger zijn).

Daar deze liedjes niet voor de koncertzaal, maar voor den huiselijken kring bestemd zijn, schijnt de kans minimaal dat ze daar vaak zullen weerklinken. Ook kan de geestesgesteldheid die in deze melodieën tot uiting komt, weieens verwant zijn met die van een enkeling in onze dagen, van de algemeene geestesrichting is ze zoo verschillend, dat men, wanneer men deze liederen door een viertal personen hoorde uitvoeren, naar ik vrees het zelfde pijnlijke gevoel zou hebben als wanneer men beleefd glimlachend een verhaal moet aanhooren waarvan men weet dat het gelogen is.

In Duitschland maakt de Finkensteiner Bund propaganda voor kunst als deze en dat is natuurlijk wel te prijzen, niet onmogelijk dat ze zoo nog bevruchtend werken kan; om tot een vernieuwing van den geest bij te dragen, is deze kunst niet groot genoeg.

Het Locheimer Liederbuch, dat beter het Lochammer-Liederbuch heeten moest, is een uit de jaren 1455-1460 stammende verzameling van hoofdzakelijk Duitsche liederen, die ten deele nergens anders bewaard zijn en dus een van de belangrijkste bronnen voor de geschiedenis van het Duitsche lied in de 15e eeuw. Negen van deze liederen, de hier gepubliceerde, zijn meerstemmig, van andere komposities zijn alleen de instrumentale stemmen bewaard, de overige liederen zijn eenstemmig. In deze laatsten ligt de waarde van dit document, dat in de buurt van Nürnberg ontstond, zoo te zeggen, als ,,poezie-album" van een zekere juffrouw Barbara, een dame, die zooals vele bijschriften doen ver-

Sluiten