Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

28

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

zoon". Maar de scherpe juistheid zijner muziekkritiek imponeerde Felix naderhand. Dat die misschien musicus van beroep zou worden had hij bedacht toen de jongen elf was; hij vond het ondanks bezwaren van Bartholdy goed en liet het besluit in '25 ten overvloede nog verifieeren door Cherubini. Tegen zijn wil zou het — tot aanmerkelijke verandering in de negentiend'eeuwsche muziekgeschiedenis — allicht niet gebeurd zijn. Hij heerschte thuis als een patriarch, en Felix had vermoedelijk niet veel hardnekkigheid en zeker meer dan één talent, zou wel met bevrediging en succes litterator geworden zijn — maakte toch op zijn zesde jaar een door Heyse, zijn praeceptor, uitgegeven metrische vertaling van Terentius' Andria, verduitschte later sonnetten van Boccaccio, den Engelschen tekst van Handels Alexander's Feest en iets van Byron en had toen grooten lust om het Grieksch weer op te vatten, speciaal om zich te verdiepen in Aeschylus — en zou met nog meer toewijding en kansen zijn picturale begaafdheid geconcentreerd hebben, waarvan wij smakelijke proeven kennen, reisde met teekenboek en schetste volgens Moscheles onder het toelatingsexamen van zijn Leipzigsche conservatorium vier weken vóór zijn dood de mooiste landschappen.

Heine schreef eens iets van Palazzo Mendelssohn en meende daarmee niet maar had wel kunnen bedoelen dat Felix werd opgevoed als een prins. Onderwijs gaven zijn ouders hem zooveel mogelijk zelf; voor piano namen zij Ludwig Berger, voor viool eerst den concertmeester Hennig, later Eduard Rietz, voor compositie Zeiter (geen geschikt hoofdleider, zou men zeggen, om zijn droogheid en pedanterie maar toch veel waard om zijn forschheid en om Bach en Goethe); voor teekenen Rösel, voor klassieke talen en verdere humaniora dr. H. W. Heyse, Paul's vader. Rekenen wij tot Felix' paedagogen ook de belangrijke personen met wie hij,

wat ouder geworden, dikwijls aan de theetafel zat, dan moeten op zijn leerarenlijst nog Hegel, Al. von Humboldt, Varnhagen, Schadow, de philologen Boeckh en Wolf, en zeker de stichter en redacteur van de Berliner musikalische Zeitung, de schrijver van 't nog niet vergeten compositiehandboek in vier dikke deelen en andere verdienstelijke werken, Adolf Bernhard Marx, om zijn initialen en eigenaardigheden in de familie bijgenaamd Abbé, die hem — na Fanny — dikwijls muzikaal advies gaf, meer dan vader Abraham beviel, wien 't verkeerd leek dat zulk een sterk redeneerder en machteloos componist invloed zou hebben op den groei van een scheppend genie. Heine was ook in den kring maar minder in de gunst om een vrijpostigheid waarvan de twee meisjes ook niet hielden. Veel beteekenis had voor Felix de door Zeiter gewekte belangstelling van Goethe die hem te logeeren vroeg. Intimi van hem werden Klingemann, de poëzierijke jonge diplomaat, Schubring de theoloog (die den tekst van zijn Paulus heeft samengesteld), de schilder Hensel, naderhand Fanny's man en vader van Sebastian den biograaf der Mendelssohns, de tooneelspeler en hofoperabariton Ed. Devrient, Marschner's librettist en vertolker, later beroemd regisseur, ook wel eenigszins de historicus en dichter Droysen en anderen.

Hooren wij niet van lagere school en gymnasium, op scholen ging Felix gelukkig toch: de zangschool, afdeeling van Zelter's Singacademie, de dansschool, de rijschool, de zwemschool, waar men in 't water toepasselijke liederen van hem op Klingemann's teksten zong. Een goed zanger is hij geworden (ofschoon met maar klein tenorgeluid) en een vaardig danser, ruiter en zwemmer; ook een stevig roeier en een wandelaar die wegens hondenweer een Zwitserschen dagmarsch met ergernis afbrak na 40 K.M. en lang binnen Baedeker's tijd van Küssnacht Rigikulm bereik-

Sluiten