Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

94

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

' sés "des Manzanares, Er kam in der Frühe wie dér Morgenwind; van zijn pianostukken brachten onze programma's toen al niéts; " ' -

Hoe zou het binnenskamers nu met hem staan? Bosworth kan 't als ervaren uitgever wéten, misschien ook wel voor ons land. Hij heeft hem opgenomen in een nieuwe bloemlezingen-editie met portretten. Móge die veel meer bevatten dan de toch zéker als karaktertypen zeer opmerkelijk gebleven eerstelingen, door Lehn deine Wang zoo goed vertegenwoordigd; aangekondigd zijn: Lieder und Tanze, Hochzeitsmusik en de niet te missen Wanderbildèr. Er is wel waarheid in een oordeel, dat Hans von Bülow schreef in een onlangs door de Zeitschrift für Musik gepubliceerden brief van 1864 aan Goetz: .. . es ist sehr erfreulich, wie Sie in Ihren speziellen Richtung (das Wort ist albern, ich weisz es) sich z. B. von den bei aller Geistreichkeit doch immer etwas trocknen — Eckigkeiten — eines Brahms ebenso freihalten als bei Ihrer entschieden zu billigenden Neigung für Wohlklang von den aus diesem Streben leicht resultierenden Fadheiten (so: Jensen).

Schumann's volgeling heeft lang niet zoozeer als zijn voorbeeld kern en concentratie, Maar stellig ook terecht sprak Niggli van zijn „zwevende bevalligheid". En denkelijk zou menigeen bij den fantasierijken, beminnelijken epigoon der oude negentiend'eeuwsche Duitsche romantiek, bij den hartelijken, en niet hartstochtloozen, teederen, wat weeken maar veelzijdigen stemmingsmelodist, die met zijn zangen — waaronder onbekende solo's en ensembles die begeleiding van orkestinstrumenten hebben — ook Engelsche dichters vertolkte, met een pianosuite Bach en Scarlatti huldigde, met zijn Idyllen en Eroticon zijn iridrukkën van Helleensehe classiciteit weergaf, en ook met een sonate zijn vormtalent beproefde, nog wel andere bekoringen kunnen vinden. v. W.

Het Praatje van de Maand.

Als de Kerstdagen voorbij zijn, het Oude en Nieuwe Jaar in aantocht is, krijgen de muziekcritici altijd even rust; een paar dagen maar, want heel lang kan men het niet zonder concerten uithouden. Ten minste zoo lijkt het oppervlakkig gezien wel. Maar in werkelijkheid zit de zaak heel anders. Al die concerten, die eigenlijk nergens toe dienen en die er slechts toe meewerken de onverschilligheid met den dag grooter te doen worden, al die concerten welke dus feitelijk den boel bederven, hebben wij te danken aan de reclamecampagne van een groote pianofirma. Op al die concerten moeten de vleugelpiano's van die firma gebruikt worden; als tegenprestatie betaalt dan de pianofirma zoo een belangrijk gedeelte van de concertkosten, dat de ondernemer er altijd met een winstje — laat het dan niet groot zijn — uitkomt. Dan worden er voor die concerten honderden reclamebilletjes verspreid, die tegen betaling van dertig of veertig cent als toegangsbewijs kunnen dienen. Als er een driehonderd menschen van die briefjes gebruik maken, brengt dat den ondernemer toch altijd ook weer een dikke honderd gulden op en op die manier wordt het organiseeren van concerten een aardig winstgevend baantje. Maar op den duur zal het fnuikende resultaten afwerpen; er zal een tijd komen, dat de pianofirma zegt: nu schei ik er eens uit met mijn reclamecampagne en dan zal de geheele boel in het honderd liggen. Maar met dat al zijn wij op het oogenblik niets dan de slachtoffers van een reclame makende pianofirma en van een concertagent die zegt: van ieder concert steek ik zooveel in mijn zak, dus hoe meer hoe beter! Het is wel een rare boel!

Ofschoon wij pas Januari schrijven hoort men in de muziekwereld reeds allerlei zomerplannen, plannen voor muziekfeesten, die met het jaar in omvang toenemen. Vroeger was een muziekfeest van twee of

Sluiten