Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN HET MUZIEKCOLLEGE

121

ingestelde lettergrepen: ut, re, mi, fa, sol, la, (si pas later bijgevoegd en ut vervangen door do).

Deze namen zijn maar niet enkel notennamen, zonder meer; wij hebben er heel wat meer in te zien.

Ten eerste geven zij bij het zangonderricht oefenstof voor de spraakklanken, d.i. het uitspreken der klinkers en medeklinkers.

Wordt er gezongen op de gewone notennamen: a, b, c, d, e, f, g, dan verkrijgen wij medegerekend de achtervoegsels is en es voor verhooging en verlaging) de klinkers:

aa, a, ee, è, i, aai, eei en de medeklinkers:

b, c, d, f, g. Dat is dus met elkander twaalf spraakklanken die tot beoefening komen. Gebruiken wij de namen: do, re, mi, fa, sol, la, si, dan vinden wij als klinkers:

a, e, i, o en als medeklinkers:

d, f, 1, m, r, s. Hier elf spraakklanken, dus ongeveer even veel.

Op het aantal afgaande, zou het dus geheel onverschillig lijken, welke benamingen men bij het zingen koos, doch er komt nog wat bij.

Bij het gebruik der notennamen: a, b, c, d, e, f, g blijft c altijd c, waar die c ook voorkomt, en wat voor bestanddeel der toonladder er ook door voorgesteld wordt. C is echter: le trap van de toonladder van C 2e „ „ „ „ „ bes

3e , „ „ as

4e „ „ „ „ g 5e „ „ „ „ „ f

6e „ „ ,, „ „ es

7e ,, „ ,, „ „ des

Zoo gaat het ook met de andere benamingen, nog te zwijgen van de moltoonladders.

Bij het juiste gebruik van de benamingen: do, re, mi, fa, sol, la, si hebben wij een geheel andere benoemingswijze voor ons.

Hierbij beteekent do steeds de eerste trap van een toonladder,

re is steeds 2e trap mi ,, ,, 3e ,, fa „ „ 4e „ sol „ „ 5e „ la „ „ 6e „ si ,, „ 7e ,,

Bovendien komt hier nog iets gewichtigs bij, dat een niet te verachten hulpmiddel is bij het toontreffen.

De oorspronkelijke halve toonsafstanden der diatonische reeks, worden steeds aangeduid door mi-fa en si-do, en derhalve zijn de afstanden: do-re, re-mi, fa-sol, solla en la-si heele toonsafstanden. Dat dit bij juiste toepassing goede vruchten moet dragen, is klaar.

De toonladdertrappen krijgen dus vaste benamingen, die echter op allerlei toonshoogten overgebracht worden.

Op deze wijze wordt het dan ook mogelijk afwijkingen van de tonaliteit (modulaties) naar behooren in rekening te brengen, en het gedeelte dat in een andere toonladder staat, naar de eischen van die toonladder te benoemen.

Dit is weder een groot voordeel, doch verzwegen mag niet worden, dat een strenge doorvoering van dit stelsel, vrij hooge theoretische eischen stelt. Zeer veel modulaties zijn denkbaar (en komen ook voor) die zich niet aankondigen door vreemde tonen, en waar men dus overheen zal lezen. Hoe dit echter zij, in deze wijze van benoemen bezitten wij een middel, om het verloop van een muziekstuk grootendeels met vrij groote nauwkeurigheid te erkennen, en de noten er van met juiste namen aan te geven.

Over de inrichting van klassen op het gebied van gehoorontwikkeling is nog het een en ander te bemerken.

Hoofddoel is: het vermogen om tonen en

Sluiten