Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

168

Het Utrechtsche jubileum.

Geluk wenschen wij Catharina van Rennes bij het veertigjarige bestaan harer zangschool. Zij heeft indertijd zulk een goede berijming van het abc gemaakt, dat hier eens een zwakke maar welgemeende poging tot namaak is beproefd, voor haar jaardag. Dat ging niet moeilijk, alleen had men bezwaarlijken overvloed van stofkeus. Er waren geen lastige letters. Bij voorbeeld:

Q dat's de quintessens: blijheidsgeloof, hoorend wat stemt, voor 't amusische doof.

X is het raadsel, 't gezochte, dus niks, niets in haar fleurige kunst, klaar en fiksch.

IJ zij van ijzeren ijver symbool; daaraan ook dankt zij den roem van haar school.

Z blijv' het Zonnelied. Zij die het zong is door haar Zon in Zang levenslang jong.

Maar nu moeten menschen spreken, die haar meer van nabij kennen.

Onze Nestor Hugo Nolthenius zegt:

M. d. R.

Volgaarne ook mijnerzijds iets ter huldiging van Catharina van Rennes.

Over veertig jaren heen gaan de gedachten terug, toen ik uit de Hoofdstad naar de Dom-stad kwam, met de liefde voor onze kunst in het hart veel sterker dan in het hoofd den zin voor de niettemin hoog geschatte wetenschap. Aanstonds vonden we, vele, haast alle vrienden onzer kunst te samen in het bekende milieu van Dr. Fles, met zijn beide zeer kunstzinnige en rijk begaafde dochters Anna en Etha. Daar leerde ik ook onze jubilaresse kennen te midden van velen, óók tot coryphaeen geworden jonge kunstenaars; ik denk aan Jan Veth en zijn zuster Johanna, aan Fred. van Eeden, aan Diepenbrock, die er zijn vrouw leerde kennen, aan Adèle Opzoomer, Ritter de latere professor, enz., enz. Wenckebach eveneens hooggeleerde. Allerminst te vergeten de bekoorlijke Louise Mulder, die een gevierde dramatische

zangeres werd; o.a. trad zij te Bayreuth, dus „an allerhöchsten Stelle" als Evchen op.

Onder het degelijke secretariaat van Van Riemsdijk en de fleurige leiding van Richard Hol bloeide te Utrecht de afdeeling van de Mij. t. b. d. Toonkunst met haar destijds zeer gunstig bekend koor der zangvereeniging. Menig nieuw opus van beteekenis is er toen ten doop gehouden, Rubinstein, Brahms, Von Bülow, Joachim, Wilhelmi waren bij herhaling gasten tijdens de grootere of kleinere feesten.

Dat alles gaf 'n bepaalde sfeer van opgewekt leven; maar toch niet zonder grenzen, muren ter beveiliging van het bestaande in de vermeende aanvallen daarop van het „modernisme".

Het was Prof. Engelmann — hertrouwd met de allen ouderen nog wel bekende charmante pianiste Emma Brandes — die, als 'n Cerberus, het „lasciate omni speranza" toeblafte aan allen, voor wie nog een andere ster van allereerste grootte aan onzen hemel verschenen was, en dezen de gelegenheid ontnam om het goede recht van hun vereerden meester te bepleiten in der orthodoxen-kring.

Met Henri Viotta had de ondergeteekende in de hoofdstad in den strijd voor het recht des grooten kunstenaars reeds veel doorgemaakt, zoodat de gansch andere sfeer der Dommestad niet naliet die wijziging in de muzikale omgeving te brengen, waaruit de vonk als van de strak gespannen electriciteit ten slotte ontspringen moest.

Hier gold het den onwetenden een nieuwen hemel te ontsluiten. Het milieu van Dr. Fles werd het terrein der werkzaamheid en de Wagnervereeniging, ,,ein schwacher Abglanz" van de grootsche Vereeniging der hoofdstad, werd gesticht in het oude huis van den doctor, (vurig Wagneriaan geworden) nog aan het Domplein, ter plaatse waar het gebouwtje van de Universiteit later is opgetrokken.

Sluiten