Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN HET MUZIEKCOLLEGE

255

Onder de instrumentisten ontmoeten wij te Freising o.a. Bartolomeo Campagnoli wiens Caprices en duetten voor viool (Breitkopf und Hartel, Litoiff) en Praludien und Fugen (D'Alard Maïtres classiques du Violon) nog niet geheel vergeten zijn.

Wat in dit werk voor alles frappeert is de ongeloofelijke vlijt waarmee een zeer uitgebreid materiaal verzameld is. Men moet wel over een niet geringe dosis lokaal-patriottisme beschikken om een toch niet in alle onderdeden aantrekkelijk thema zoo consciëntieus te bewerken, als hier het geval is. Vooral moet men deze taaie volharding bewonderen wanneer men bedenkt, dat dit onderwerp bijna uitsluitend archiefwerk noodzakelijk maakte en den schrijver zeer weinig in aanraking bracht met practische muzikale documenten, temeer wanneer men weet, dat Dr. Fellerer niet uitsluitend muziekhistoricus is, maar tevens een begaafd organist en dirigent. Zoo zien wij dan ook de Geschiedenis der Orgelmuziek in twee deelen, die Dr. Fellerer in opdracht schrijft, met belangstelling tegemoet.

Dr. K. P. BERNET KEMPERS.

mimiminiiiif iminu jiiiiuninimiii m iiiniin 11 m 111 iniiiiiiiiimii 11 m iiiimi n m i ii iiiiin nm iti iitn iiitmi iiuiiiiiiiu 1111

Eerste Nationale Beiaardwedstrijd.

Het klokkenistentournooi in Utrecht en Den Bosch is ongetwijfeld niet nutteloos geweest. Het bracht vooreerst een heuglijke gezindheidsuiting van autoriteiten. De Bossche kathedraalklokken luidden het feest plechtig in; ook de zware stemmen der Utrechtsche Dom-klokken zouden hebben geklonken als niet herstellingswerk hun het zwijgen had opgelegd. In het Utrechtsche Rijksuniversiteitsgebouw was voor het bestuur der Klokkenspelver eeniging met zijn genoodigden een zaal als luisterplaats ter beschikking en een voor de juryleden: de heeren A. van Balkom, H. Hermans, Gustaaf Nees, Willem Petri, J. A. H. Wagenaar. De vertegenwoor¬

digers van het genootschap dat den wedstrijd gaf, de beoordeelaars en de deelnemers werden ten raadhuize van Utrecht en 's Hertogenbosch officieel ontvangen. De redevoeringen der gemeentehoofden toonden kennis en liefde, bewustheid van hetgeen de goede beheerder van het groote stedelijke volksmuziekinstrument vermag. Utrecht's burgemeester bezocht ook den Bosschen wedstrijd. Zoo werd een mooi voorbeeld gegeven van beiaardkunsterkenning. En de voorzitter der Klokkenspelvereeniging, dr. Casparie, wiens toespraken van antwoord, dank en huldiging op de hem eigene ernstig-eenvoudige, sterk dóórdringende wijze veel plaatselijke verdienstelijke bevordering der torenmuziek deden gedenken, gebruikte terdege de gelegenheid om te betoogen, dat het klokkenklavier de mogelijkheid van zeer grondige studie vereischt en dat de verscheidenheden der speeltoestellen wel eenheid laten wenschen maar toch ook nu geen localiseering van artistieke praestaties behoeven te veroorzaken.

De juistheid dezer meeningen bleek in den wedstrijd duidelijker dan ooit. Twee deelnemers, de heeren Ferdinand Timmermans van Rotterdam en R. J. Gort van Arnhem hebben 't met onderscheiding verworven diploma der Mechelsche Beiaardschool en overtroffen hun mededingers, de heeren B. de Bruin (Enschede), W. J. A. P. Créman (Amsterdam), Nico v. d. Keur (Leiden), K. M. Luyten (Oudewater), Jos. Reekers (Utrecht), J. C. Smagge Jr. (Amsterdam) en Willem Smit (Amsterdam). Timmermans werd in Utrecht eerste met 602 punten (maximum 650), Gort tweede met 523, een respectabel getal voor den veel jongere, practisch en muzikaal minder ervarene, die niet als zijn Rotterdamsche kunstgenoot óók aan het beiaardtype van den Dom (met broekstelsel en orgelachtige pedaalconstructie) gewoon is en het slechts door de welwillendheid van 't gemeentebestuur en de

Sluiten