Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN HET MUZIEKCOLLEGE

269

Wat de beiaard vermag te geven, hoort dus wel zeker onder de rubriek... toonkunst thuis. Dit achten wij voldoende bewezen: het zij nog eens gezegd voor diegenen, die klokkenmuziek een trapje lager zouden willen plaatsen. Natuurlijk om de reeds genoemde bezwaren en tekortkomingen. Maar ondanks dat, en ondanks betrekkelijke beperktheid van het repertorium, juist omdat voor openbaring van bovengenoemde geanalyseerde schoonheden en ontroering de klokkenist zoo goed als ieder instrumentalist die zijn gehoor wil kunnen boeien, behalve beiaardkenner zeer zeker artist moet zijn met ontwikkelden smaak en stijlgevoel en bij algeheele technische beheersching genoeg fantasie en bezieling moet bezitten om zijn muziek te laten leven, juist daarom is beiaardspel een kunst en geen bedrijf, handwerk of volksvermaak!

Dat dit nog niet geheel erkend is in Holland, kan men dikwijls genoeg waarnemen. Ook in de pers, die verslagen of verslagjes geeft over uitvoeringen. De verslaggever, niet geheel of heelemaal niet georiënteerd op klokkenspelgebied, maar wel wetende, dat onze zaak niet zoozeer au serieus behoeft genomen te worden, omzeilt wèl of niet gegiste moeilijkheden door het maken van een sympathiek klinkend, poëtisch opstelletje, dat vertelt van 't bekoorlijke, romantische, vredige van zoo'n liedeke op den toren in een rustige omgeving, waar men zich in een of ander klein, knus Vlaamsch stedeke waant. Terwijl zoo'n heele Markt soms als 't ware doordrenkt wordt van geestdriftige muziek!

Nogmaals, zoo'n artikeltje kan heel aardig zijn en den beiaardier mild of meer dan dat behandelen. Maar men heeft het gevoel, dat het „ding" uit den tijd is, dat de beiaardbeminnaars een stelletje brave menschen van den ouden stempel zijn, een geslacht, dat aan 't uitsterven is, en dat de heele beweging ten doode opgeschreven is

Het moderne leven met zijn gejaag, z'n gecompliceerdheid en z'n drukke uitingen op kunstgebied is toch eigenlijk... veel interessanter. Maar touchant wordt het toch gevonden, dat er nog menschen zijn, die komen luisteren als de beiaardier van die bekende liedekes speelt, die je tot meezingen uitnoodigen.

Het spreekt vanzelf, dat zulke schetsjes, goed bedoeld natuurlijk, alle merkwaardigheden, neen de hoofdzaak onvermeld laten en daarom onze zaak alles behalve bevorderen: men ziet niet in, men kan of wil niet zeggen, dat de beiaardmuziek „geroepen" is een echte muziek te zijn, en als zoodanig de psyche van het volk, van het heele voik (en dat is juist het mooie van haar roeping) moet treffen en zóó treffen, dat van die muziek een verheffende, opvoedende kracht in artistieken zin uitgaat. Dat de beiaardkunst in die richting iets goeds kan doen, bewijst het vulgaire van de meeste tegenwoordige volksvroolijkheidsuitingen; bederf van goeden smaak is voor een deel des volks een blijvend gebrek geworden.

Voor de verlevendiging van 't besef der noodzakelijkheid van een eigen muzikaal bezit kan het klokkenspel diensten bewijzen, maar het doet dat dan tegelijk voor het populaire lied in 't algemeen: het nationale moet in 't kader van het internationale geapprecieerd worden: de beiaard legt mede den eersten steen voor een gezond muzikaal voelen hier zoowel als elders.

Ten slotte is hij de vriend van al diegenen, die inzien, dat de moderne opvoeding véél te veel in wetenschappelijke richting georiënteerd is, die overtuigd zijn, dat op den duur het gebrek aan methodiek t.o.v. de ontwikkeling van het schoonheidsgevoel van het kind opgeheven moet worden.

Dat wij dit alles van den beiaard mogen verwachten, mocht nog wel eens gezegd worden aan die menschen, die hem alleen ... „wel aardig" vinden.

FR. ALTHUIZEN, Bestuurslid der afd. Arnhem van de Ned. Klokkenspel-Veereniging.

Sluiten