Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

274

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

George) gevestigd als pianostemmer en -reparateur. Hij was lang ondergeschikt geweest en begon nu eigen zaken te doen. Zijn kapitaal bestond uit degelijke kennis van het vak, een mooie tenorstem en natuurlijke muzikaliteit. Dat is voor een zakenman niet veel, zal men zoo op het eerste gezicht zeggen. Meer dan Ge denkt. Muzikaliteit en tenorstem hadden George Rijken reeds een breeden kring van relaties verschaft. Iedereen kende hem als gewaardeerd medewerker bij groote kooruitvoeringen en vandaar dat het niet zoo heel bezwaarlijk viel om in de clientèle te komen. Het duurde dan ook niet lang, of de werkzaamheden hadden zich zóó uitgebreid, dat Rijken zijn broeder Jan — die te Parijs op een pianofabriek gewerkt had — te hulp moest roepen.

Het moeten ondernemende mannen geweest zijn, die twee Rijken s, en werkzame menschen ook. Zij wilden zelf piano's gaan maken, maar daarvoor was meer noodig dan wat zij bezaten: geld en een werkplaats. Bezwaren zijn er om overwonnen te worden, heeft het tweetal stellig gedacht; zij togen aan het werk en ziet, het geluk was ook ditmaal met de stoutmoedigen: het geld werd gevonden en de werkplaats ook. Misschien was die werkplaats wel zóó van afmetingen, dat zij thans door de bouwcommissie als alcoof in een werkmanswoning afgekeurd zou worden, maar zij deden het ermee en ziet: de eerste piano werd vervaardigd . . . met een bronzen medaille bekroond en ... verkocht! Dat gaf moed; het besluit werd genomen — in 1852 — onder den naam Rijken en De Lange voort te gaan. Onder de musici hadden de gebroeders vele kennissen gekregen; bij die kennissen bevond zich ook Samuel de Lange, die organist en muziekleeraar was te Rotterdam, de vader van de later als toonkunstenaars bekend geworden broeders Daniël en Samuel de Lange. Samuel de Lange Sr. handelde zoo een beetje in piano's, leerde de gebroeders Rijken als kundige vakman¬

nen waardeeren en besloot zich ten leste met hen te associeeren; de firma Rijken en De Lange was geboren. De nieuwe firma werd gevestigd in het huis van den heer De Lange; daar was een ruime zolder, die als werkplaats ingericht kon worden; er was plaats voor een paar piano's, voor de firmanten en zelfs voor een paar knechts. Het huis had zijn ingang aan de Lombardstraat en liep door tot aan de Binnenrotte, die destijds nog niet gedempt was, zoodat er een goede gelegenheid bestond — wanneer het luik van de werkplaats opengezet werd — pardoes in het niet al te frissche water terecht te komen. En ach: het rook er in de werkplaats ook niet altijd naar de fabriek van Boldoot! Maar in die dagen waren de menschen nog niet zoo maltentig, hadden zij nog niet zooveel noten op den zang!

„Was er een klant", aldus vertelt de Ronde, „die een instrument wilde uitzoeken, dan moest hij beginnen met te bellen aan het woonhuis van de De Lange's. Langzaam slofte dan de dienstbode (het zal er zoo een geweest zijn als die van Oome Stastok) naar de deur, liet den bezoeker binnen en waarschouwde dan aan het bovenhuis, dat er volk was. Het „volk" bleef dan in de met marmeren tegels bevloerde gang staan (er waren er die het des winters volstrekt niet aangenaam vonden, maar daar werd niet naar gevraagd) tot een van de firmanten van het bovenhuis kwam om den klant te woord te staan. Maar . .. men wist in dien tijd niet beter, stelde aan een verkeer tusschen afnemer en leverancier minder eischen ook van comfort dan tegenwoordig. De klanten kwamen toch en menig deftig Rotterdammer heeft in de koude gang gestaan of op den, later erin geplaatste, tuinbank gezeten, voordat hij zijn piano koopen kon."

In 1866 overleed W. G. A. Rijken; hij werd opgevolgd door zijn zoon Frits. De compagnon, de heer De Lange, stierf in 1883. Jan en Frits Rijken dreven de zaak

Sluiten