Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

30

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

fect, Reichardt toe: „Da hat er einen ganz „curiosen Feuerlarm gemacht!"

De pogingen tot hervorming, die Reichardt niet wilde opgeven, wekten bij het personeel immer meer ontstemming, en gaven aanleiding tot hevige botsingen; maar ook bij den koning kwam tegenzin, die zich uitte in de woorden: „Ich dachte „mir die Oper vom Halse zu schaffen, und „habe nun das alte Elend und einen Narren „mehr".

Hij onttrok dan ook zijn belangstelling meer en meer aan de opera, zoodat voor zijn kapelmeester de toestand moeielijk houdbaar werd. Deze vroeg daarom herhaaldelijk verlof om groote reizen te kunnen maken; reizen die oorzaak waren van het ontstaan der talrijke brieven waarover straks meer.

Van het leven van Reichardt alleen nog dit: zijn onverholen instemming met de beginselen die de fransche revolutie hadden veroorzaakt (N.B. nier haar bloedige wandaden) maakten hem, in zijn hofbetrekking, onmogelijk. Hij gaf zijn ambt op, om rustig te gaan leven op zijn landgoed Giebichenstein bij Halle, waar hij in 1796 werd benoemd tot „Salineninspektor", m. a. w. belast met het toezicht op het winnen van minerale zouten. In 1797 is hij nog kort te Berlijn werkzaam geweest; een „Trauerkantate" op den dood van Friedrich II beviel diens opvolger zoo zeer, dat hij het salaris van den „Inspector" aanmerkelijk verhoogde. Na nog vele wederwaardigheden te hebben ondervonden — de beperkte ruimte belet ze alle op te sommen — is Reichardt 27 Juni 1814 op zijn landgoed overleden.

Hij is, met Zeiter, de man die wel de meeste (128!) teksten van Goethe heeft gecomponeerd; de groote dichter toonde zich met die composities, en met den componist, zeer ingenomen. Hij behandelde Reichardt met onderscheiding en liet zijn gunstige meening over hem, als mensch en kunstenaar, duidelijk blijken. Later is de verhouding tusschen de beide mannen ver¬

troebeld; vijanden van Reichardt (men zegt dat ook Schiller daarbij was) hebben hem bij Goethe belasterd en de dichter heeft — helaas! — zonder nader onderzoek geloofd wat hem verteld werd. De breuk is schijnbaar hersteld; de oude verhouding kwam echter niet meer tot stand. Waarschijnlijk zijn aan Goethe los daarheen geworpen woorden van Reichardt overgebracht, want diens onafhankelijke natuur, zijn vrijmoedigheid in het uiten van zijn afkeuring en — vooral! — zijn loslippigheid, brachten hem herhaaldelijk in botsing met personen van hoogen en lagen stand, maar — eigenaardig! — het minst met den man die eigenlijk geen tegenspraak duldde en jaren lang de opperste chef van Reichardt is geweest, met Frederik den Groote van Pruisen.

Het kan ons echter toch verwonderen, dat Reichardt zooveel vijanden had, want hij bezat een eigenschap die waarlijk niet bij alle toonkunstenaars gevonden wordt: hij was in staat, en altijd gaarne bereid, het goede wat anderen deden te erkennen.

Wanneer wij zijn waardeerende uitingen over Beethoven, Gluck en Haendel lezen, zien hoe hij zich uit in bewondering voor het genie van Mozart, en hoe oprecht hij zijn tijdgenooten van niet zoo hoogen rang wist te waardeeren, dan moeten wij erkennen: Reichardt kan zijn fouten hebben gehad, maar hij had zeker een groot karakter en een eerlijken zin.

Hij heeft op artistiek gebied zeer bizondere dingen gedaan; in navolging van die te Parijs, stichtte hij de Concerrs spirituels te Berlijn, waar voordien van een openbaar concertleven eigenlijk geen sprake was. Hij deed meer, en voor dien tijd iets heel bizonders: hij gaf, bij de programma's, verklarende toelichtingen, die hij — onvermoeid als hij was, en geen inspanning schuwend — zelf schreef.

En . .. schrijven deed hij goed! Wie op zijn reisbrieven de hand leggen kan (zij zijn — met uitzondering van één bundel die herdrukt is — alleen antiquarisch te

Sluiten