Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN HET MUZIEKCOLLEGE

51

Joy Mac Arden.

Jaren geleden woonde bij Haarlem een jonge dame, Jo IJzerman, die voor het onderwijs opgeleid zou worden. Wel hield zij heel veel van zingen en menigeen had reeds gezegd dat het meisje een mooie stem bezat, maar de voorzichtige familieleden die het niet erg op de artistieke loopbaan begrepen hadden, dachten „als onderwijzeres ben je er beter aan toe en in ieder geval is het secuurder."

Maar ja, als de drang erin zit, als de artistieke neigingen luider beginnen te spreken, dan is het een heeie toer om een jong enthousiast persoon te overtuigen dat de schooljuffrouwen-taak zoo aanlokkelijk is! Het lukte dan ook niet; mejuffrouw Jo IJzerman gaf eindelijk te kennen dat zij eenvoudig niets anders wilde als zangeres worden en toen gaven de ouders zich gewonnen. Veel en lang heeft zij gestudeerd; bij mevrouw De Haan Manifarges — van wie de kunstenares steeds nog met de grootste genegenheid spreekt, bij Hey, den echtgenoot van Birgitt Engel en ten leste bij een Italiaanschen meester die thans nog in Den Haag gevestigd is, de heer Tamanti. De jonge kunstenares, die zich een schuilnaam gekozen had (van Jo IJzerman was natuurlijk heel gemakkelijk „Joy" gemaakt), debuteerde te Kopenhagen en trok daarna de wijde wereld in. Zij trad als gast op in de Opera te Parijs, gaf voorstellingen (als Mimi en Micaela) in het Casino te Biarritz en te Monte Carlo en zou zich wellicht de opera-carrière gekozen hebben wanneer zij niet in het huwelijk getreden was met Dr. Demarquette te Parijs. Daar woont nu onze landgenoote, die echter veel op reis is, aangezien haar practijk als concertzangeres zich voortdurend uitbreidt, sedert mannen als Gabriël Pierné en Maurice Ravel haar voor de vertolking van hun werken gezocht hebben. Pierné was verrukt na haar medewerking aan een uitvoering van zijn „La Croi-

sade des Enfants" en Ravel koos haar voor de eerste uitvoering van zijn „Chansons madecasses" te Parijs.

Met Siegfried Blaauw maakte zij verleden jaar een reis door den Elzas, waar in alle steden met klimmend succes concerten gegeven werden; op het oogenblik vertoeft onze landgenoote weer te Straatsburg waar zij in het Requiem en de groote Mis van Bruckner zingen moet. Een succes dezer dagen te Berlijn behaald, is aanleiding geworden tot engagementen in andere Duitsche steden, o.a. Frankfurt, waar mevrouw Mac Arden binnenkort aan een uitvoering van „Les Béatitudes" moet medewerken.

In ons land hebben de twee laatste jaren verschillende Toonkunstafdeelingen de kunstenares gevraagd; jammer genoeg kwam in het jaar 1926 een keelongesteldheid, die tot een kleine operatie leidde, de zangeres in al haar plannen dwarsboomen; al de engagementen moesten afgezegd worden, vermits de doctoren een volkomen rustkuur van zes maanden noodig achtten. Gelukkig is de vacantie, grootendeels in het Zuiden van Frankrijk doorgebracht, heilzaam geweest; in April van dit jaar kon de zangeres haar taak weer hervatten. Van haar muzikaliteit en groote intelligentie kunnen wij een denkbeeld geven: in zes weken tijds leerde zij de titelpartij van Willem Landré's mysteriespel „Beatrys", misschien wel de moeilijkste partij die een operazangeres op zich kan nemen. Bij de uitvoeringen van dat werk in October j.1. te Utrecht en te Rotterdam heeft mevrouw Mac Arden nieuwen roem geoogst. Ook met het Concertgebouw-orkest onder leiding van Willem Mengelberg is zij verleden jaar opgetreden.

Sluiten