Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

118

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

gaatje spuit, met energie wordt gegeven. De wanden van den gieter, en de druk op het waterstraaltje werken in tegengestelde richting; er is hier dus weer sprake van contrasteerende bewegingen.

Dat beginsel nu toe te passen onder het zingen: tegenhouden met energie en geven met energie, is van groot belang bij de zangkunst, maar èn het begrip van de kwestie èn de uitvoering zijn volgens mijne ervaringen moeilijk te verkrijgen. iiiiiniiinifrii«iiiifHiiif iiriiiiiiiiriiiiiitiriiiiifiiJiiiiiiiiiiTiiri] tirMiiMiiiiiiiijriiiiiiiiiivii^tiiti\ii\iUïiuii»LiuiifiitmH»»^n

Boekbespreking

door

WOUTER HUTSCHENRUYTER. (Vervolg van pag. 106.)

Wolf was nu eenmaal een hoogst eigenaardige (ook eigenzinnige) natuur; de wetenschap dat hij zijn laatste levensjaren als krankzinnige heeft doorgebracht, is de verklaring voor al het buitennissige, wat hij, zelfs in zijn goeden tijd, toonde.

Werd hij voor de eerste maal bij een familie als tafelgast genood, dan stond hij er op dat hem de plaats naast de gastvrouw werd aangewezen; gebeurde dat niet, dan gevoelde hij zich beleedigd. Schur schrijft zeer karakteristiek en zeer terecht: de liefde van Hugo Wolf was tyrannie.

Zijn prikkelbare overgevoeligheid bleek ook daarin, dat hij geen enkel storend geluid in zijn omgeving hooren kon; éénmaal heeft hij zóólang geredeneerd met zijn huisheer, dat deze de onderburen, die Wolf te luidruchtig waren, de huur op zei; een andermaal woont hij ergens, waar — in 't voorjaar — de nachtegalen zijn nachtrust verstoorden, daarom klaagt hij over „das Brullen eines dieser Unholde" (sic!).

Zoo uitvoerig verder gaan mag ik natuurlijk niet. Ik wijs dus alleen op nog enkele bijzonderheden: Wolf had een ongemotiveerde, doodelijke haat tegen Brahms; een gunstige critiek over een van diens werken bracht hem voor den gan-

schen dag uit zijn humeur; slecht weer lijkt — volgens hem — op de melancholie van enkele „Meesterwerken" van Brahms. Zelfbeheersching was hem vreemd; zijn vrienden uit den Wagner-Verein erkennen, dat vaak één „rasches Wort" van hem, te niet deed wat zij in weken en maanden van moeizamen arbeid voor hem hadden tot stand gebracht. Dat hij oorzaak had geprikkeld en ontstemd te zijn, erkent een ieder die weet hoe de pers (met geringe uitzonderingen) zich over hem uitte; men qualificeerde zijn liederen als „piano-etu„des met een slechtklinkende zangbegelei„ding"; men sprak van „harmoniekrampen „en stille woede" waarmee het publiek de „muziek" van een „zekeren H. W." verdroeg, en — 't ergste — men noemde zijn liederen „gehoest met begeleiding van klavier".

Wanneer het Rosé Kwartet een strijkkwartet van Wolf ter kennismaking ontvangt, laat dat gezelschap aanvankelijk taal noch teeken hooren; eindelijk bereikt Wolf een brief, dien ik hier onvertaald en zonder eenige commentaar laat volgen:

Geehrter Herr Wolf!

Wir haben ihr D-moll Quartett aufmerksam durchgespielt und einstimmig den Entschluss gefasst, dies werk für Sie beim Portier der K. K. Hofoper (Operngasse) zu hinterlegen. Wollen Sie die Liebenswiirdigkeit haben, es baldmöglichst abholen zu lassen. Er könnte es leicht verlegen.

Mit den herzlichsten Grüssen Das Quartett,

Rosé, Loh, Bachtich, Hummer. * * +

Nu valt nog te spreken van hetgeen de Akad. Wagner Verein en de Wolf-Verein voor onzen componist hebben gedaan. In de bijeenkomsten van de eerstgenoemde, zijn bijna alle liederen van Wolf voor het eerst ten gehoore gebracht, hetzij door hemzelf, hetzij door derden; de andere

Sluiten