Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN HET MUZIEKCOLLEGE

151

ingang zou vinden, blijft toch de schakel ontbreken voor een vaste koppeling der kleuren aan de muziek.

Vóór Lészló was Alexander Scriabin wel degene, die het meeste op het gebied der kleurmuziek heeft gedaan. Misschien omdat hij als eerste de onmogelijkheid der evenwijdig loopende toon- en kleur-melodie heeft gevoeld. Waarlijk, wat Newton op physisch gebied had gedaan, om kleur en toon te combineeren, heeft bijna twee eeuwen lang de aandacht van den juisten psychologischen weg afgeleid.

Scriabin wilde de extase, die de muziek in den toehoorder moest wekken, nog accentueeren door hem in een kleur-omgeving te plaatsen. Deze extase kan niet bereikt worden, door eenige kleuren op een scherm — zie de bioscoop — te werpen, maar door de toehoorders te omhullen in een atmospheer van kleur. Hij eischte daarvoor een witte zaal met dito gewelf, en uit deze koepel moest het gekleurde licht onstoffelijk en onbegrensd neerdalen.

Dat kleur — niet de kleurenmengeling van een schilderij, maar de kleur-atmospheer zeer sterken indruk kan maken op de nenschelijke ziel, weten wij uit eigen herhaalde ervaring, van de zonsondergangen aan zee, waar de smaragdgroene en oranjeroode tinten van den hemel zich mengen in het golvende watervlak. Wij weten het ook van de onheilspellende stemming der atmospheer, wanneer het gele licht van den horizont af de randen van loodgrijze onweerswolken boven ons verlicht. Zulke tafereelen — en wij zouden nog vele voorbeelden aan deze rij kunnen toevoegen, zijn componeerende themata uit de geweldige kleuren-symphonie, die de natuur ten allen tijde heeft gespeeld en waarmede zij den primitieven mensch aan de goddelijke almacht heeft herinnerd, terwijl zij den modernen meer-begrijpenden mensch in elk geval nog een sterke artistieke sensatie geeft.

In zijn PrometheusSymphonie heeft

Scriabin aan de partituur een nieuwe stem toegevoegd, „Luce" genaamd. Deze stem dient meer als een begeleiding, die in zeer lang aangehouden noten, meer de algemeene stemming accentueert, dan afzonderlijke thematische groepen.

Deze symphonie is in 1916 in New-York opgevoerd. In Europa heeft men tot nu toe daarvan moeten afzien, omdat de technische hulpmiddelen hiervoor niet voorhanden waren. Zelfs in New-York waren zij nog zoo primitief, dat het succes waarschijnlijk meer toe te schrijven was aan de sensatie, die deze nieuwigheid voor de New-Yorksche society beteekende, dan aan een sterken artistieken indruk.

Ook de pianomuziek met kleurbegeleiding, die Scriabin heeft gecomponeerd (Vers la f lamme, Guisslande, Flammes sombres) kon om dezelfe technische reden nog niet ten gehoore gebracht worden.

Van de drie elementen der muziek: rythme, melodie en harmonie, heeft Scriabin feitelijk alleen de laatste op de Lucestem toegepast. Het rythme treedt terug tegenover de harmonie, tusschen kleur en de grondgedachten van het instrumentale gedeelte der partituur. Met kleur-melodieën hield Scriabin zich in 't geheel niet bezig.

Lészló heeft in Düsseldorf kleurenmuziek in den geest van Scriabin gedemonstreerd, en volgens het gevoel van den schrijver behoorden de betrekkelijk weinige oogenblikken van artistieke ontroering tot dit gedeelte van Laszló's programma. In het koepelzaaltje kon inderdaad door indirecte kleurverlichting van het plafond een atmospheer van kleur geschapen worden. Om een voorbeeld te noemen: nadat gedempt paars licht de smartelijke stemming in een muziekstuk had vertolkt, ging deze kleur aan het einde via rood over tot een uitbarsting van warm geel licht — een overgang van mineur naar majeur, verbonden met een crescendo, geheel en al in harmonie met de overwinning van het op-

Sluiten