Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

142 een methode van astronomische plaatsbepaling enz.

het platte vlak door peiling of Snellius ; hoe dichterbij de punten gelegen zijn, hoe nauwkeuriger de plaatsbepaling.

Men houde echter in het oog, dat beide hiervoor aangegeven afleidingen op differentiaalrekening berusten en de resultaten dus slechts gelden voor betrekkelijk kleine veranderingen in de veranderlijke grootheden. Voor sterren zoo dicht nabij den top gelegen, dat zelfs zeer kleine fouten reeds belangrijke veranderingen in de azimuth's zouden veroorzaken, is de aangegeven methode dus niet meer juist.

De waarde van de hier aangegeven methode kan ten slotte natuurlijk slechts door de practijk worden aangetoond. Daar ik echter reeds meer dan een jaar tevergeefs naar eene gelegenheid heb uitgezien om de noodige observaties te nemen, ging ik tot publicatie over in de hoop dat een belangstellend lezer van het „Marineblad", die beter dan ik in de gelegenheid is, de methode aan de practijk zal toetsen en houd mij alsdan ten zeerste aanbevolen de resultaten te vernemen.

Ten slotte merk ik op, dat in verband met de boven gegeven beschouwingen de volgende methode van plaatsbepaling mogelijk moet zijn waarbij men met eenvoudige middelen m. i. groote nauwkeurigheid kan bereiken:

Men stelle een kijker op de bekende wijze boven een kwikniveau verticaal; hetgeen met groote nauwkeurigheid geschieden kan, en observeere, het instrument verder onaangeroerd latende, de overgangen van sterren over de draden van tiet draden-kruis, aan weerszijden van het zenith, aldus zeer zuivere azimuth-verschillen van 1800 constateerende van sterren nabij den top. Voor volledige plaatsbepaling zou men de draden ongeveer in de richting van de hoofdtusschenstreken moeten plaatsen en voor enkele lengtebepaling in den meridiaan.

Naast de groote voordeelen welke deze methode door eenvoud en nauwkeurigheid m. i. heeft, staat echter het nadeel dat men over het algemeen geen nautical almanacsterren, doch catalogus-sterren zal moeten gebruiken, waarvan de coördinaten minder nauwkeurig bekend zijn. Een groot aantal observaties is dus gewenscht. Ook hier zou weder de ondervinding moeten leeren of de aangegeven methode werkelijk de voordcelen bezit welke daar oogenschijnlijk aan verbonden zijn.

J C. C. kavser.

Sluiten