Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

UIT DE PERS.

een der moeilijkste zaken der zeetactiek, waaromtrent de meeningen erg uiteenloopen, terwijl de ervaring op dit punt zeer gering is.

In onze marine is het nog een open vraag hoe die beveiliging het best kan geschieden. De groote moeilijkheid is natuurlijk om verwarring in de duisternis te voorkomen.

X.

„Nieuwe Rott. Courant", van 4 Mei 1914.

Het wetsontwerp op de nieuwe wijze van opleiding bij de Marine. — De Minister van Marine wil, blijkens een onlangs ingediend wetsontwerp, thans een opleiding in het leven roepen van jongens van 14—16 jaar, intellectueel goed ontwikkeld, als leerling-onderofficier (L, O.), met een verbintenis van 8 jaar, dus nagenoeg als de thans bestaande, alléén met dit groote onderscheid, dat thans slechts lichamelijk wordt gekeurd, doch dat in den vervolge de geestelijke ontwikkeling een belangrijke factor voor aanneming zal worden, daar slechts diegene in aanmerking komt, die de lagere school heeft afgeloopen. Hier naast komt een categorie met kort dienstverband (K. D.) van 5 jaar, waarvan '/2. jaar reserve, voor jongelieden van 17—25 jaar, aan wie op het gebied van schoolkennis „slechts zeer geringe eischen zullen gesteld worden".

Eerstgenoemde categorie is bestemd, om in den rang van matroos die betrekkingen te bekleeden, waarbij intellectueele ontwikkeling onontbeerlijk is, als kanonnier, telegrafist, torpedist enz., om daarna op 21 a 22-jarigen leeftijd tot korporaal te worden bevorderd en, na 2 jaar in dien rang te hebben gediend, den sergeantsrang te kunnen behalen. Daarna wordt gediend met onbepaald verband.

De tweede categorie bestaat uit matrozen zonder vakkennis, die echter ook tot matroos 2de kl. en iste kl. zullen kunnen worden bevorderd, en uit seiners. Voor dezen is de kans, onderofficier te worden, behoudens enkele uitzonderingen, buitengesloten. Om den toeloop te bevorderen en dezen schepelingen den terugkeer in de burgermaatschappij gemakkelijker te maken, wordt maandelijks als zij binnenslands zijn f 8 en als zij buitenslands verkeeren f 12 op een spaarbankboekje te goed geschreven, zoodat zij bij beëindiging van hun dienst pl. m. f 600 zullen hebben overgelegd. De materieele vooruitzichten zijn zeker aanlokkelijk genoeg, en wij vermoeden, dat althans in den eersten tijd zich een groot aantal gegadigden zullen aanmelden. Het zou ons niet verwonderen, als de toeloop voor deze categorie naar ver-

Sluiten