Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORBEELD VAN SCHOOTSTAFELBEREKENING.

SU

Over een afstand van 104 M. verandert de snelheid met 20.8 M., dus over 40 M. met (40 : 104). 20.8 = 8 M.

Het is echter zeker, dat i kleiner is dan \. Bij den vorm der granaten van 7.5 cM. kan men rekenen, dat i gemiddeld gelijk is aan 0.85. Ook An/A is niet gelijk 1. Op den schietdag was :

temperatuur lucht: io°, barometer 776. An : A = 0.95

C = 1.04 . —- . 0.95 = 1.16 . 0.05

Voor X/C = 100, is X = 116 M.

, aV = -,. 20.8 = 7.2 M. 116

Men kan deze berekening ook aldus doen :

IOOO d2 . A P ' 1 ' A^ _

= 40 . 0.962 . 0.85 . 1.054 = 34.47.

X/C = X

A V = 34-47 . 20,8 = 7.2 M.

100

Bij de gemeten snelheid moet dus ongeveer 7.2 M. worden opgeteld. Uit verschillende series schoten bij het aanschieten der kanonnen bleek de lading te moeten bedragen : 1.015K.G.

Voor het bepalen der schootstafelgegevens werden drie series schoten afgegeven, zoodat drie schijfbeelden werden verkregen, n.1.:

één verticaal schijf beeld van 25 schoten op 1516 M.;

één horizontaal schijfbeeld van 20 schoten op + 3100 M.;

één horizontaal schijfbeeld van 30 schoten op ± 5850 M.

De eerste vijf schoten werden tevens benut voor het controleeren van de aanvankelijke snelheid en tot het bepalen van den verheffmgshoek.

Voor dit laatste werd als volgt gehandeld :

Op afstanden van 10 en 20 M. van de monding werden papieren schijven opgesteld. Op ieder dezer schijven was eene horizontale lijn getrokken, terwijl met behulp van een waterpasinstrument was zorg gedragen, dat deze twee lijnen zuiver in één horizontaal vlak lagen.

Na ieder schot werd de verticale afstand gemeten van het midden van het gat in de schijf tot de horizontale lijn. Op deze wijze werd dus bepaald het verschil (ƒ>) in hoogte tusschen de gaten in beide schijven.

Sluiten