Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit de pers.

413

proviand, voorzien van inrichtingen om eenige buikbooten en een of meer kleine torpedobooten aan boord te nemen, zoomede hydro- en aeroplanes en op het naar en van den vijand sleepen van de grootere duik- en torpedobooten, voor welk laatste werk Sir Percy Scott desnoods een American liner mans genoeg acht.

Laat thans nagaan wat de Heer De Visser aanvoert tegen eene zeemacht zonder slagschepen.

In de eerste plaats oppert hij de bedenking dat een eskader, uit niets bestaande dan uit duik- en torpedobooten, geen gevangenen en geen prijzen maken kan, doch alles zal moeten laten verdrinken. Hij vindt dit zoo iets afschuwelijks, dat hij vermeent dat de kiezers daarover eerst geraadpleegd moeten worden.

Wat SlJMEN echter betreft, zoo geloof ik dat deze van oordeel is, dat, hoe slechter de vijand onze kusten voor zijne gezondheid vindt, des te minder kans er bestaat dat die vijand bij hem komt. „No man of war will dare to come even winthin sight of a coast that is adequahely protectcd by submarines", zegt Sir Percy. Doch doet hij het toch, dan bestaat er, meent SlJMEN, geen geringe kans dat het volk, als het een jaar schepen met kameraden reddeloos heeft zien verdrinken, zijne officieren vermoordt als die niet vluchten willen. De ideaal toestand voor SlJMEN zou deze zijn, dat dan de trouw gebleven helft der vijandelijke vloot de muiters in den grond schoot of omgekeerd. — Zooals de Russen voor enkele jaren reeds deden en de Brazilianen bijna.

Doch men kan dan ook geen prijzen maken, zegt de schrijver. SlJMEN houdt evenwel liever het geld voor een dreadnought in zijn zak dan daarmede te speculeeren op het geld, dat een mogelijke prijs hem op zal leveren.

De Heer De Visser acht de geldelijke voordeden, aan de vervanging van dreadnoughts door duikbooten enz. schijnbaar, omdat zij duurder machines hebben, hun torpedo's veel geld kosten bij aankoop en in onderhoud enz. Per ton waterverplaatsing zegt hij kost een torpedojager tweemaal en een onderzeeër driemaal zooveel als een slagschip. Nemen wij die cijfers aan als juist, dan zoude de redeneering eerst opgaan als wij voor iederen dreadnought van plm. 30.000 ton waterverplaatsing ook 10.000 ton duikers wilden bouwen of 15.000 ton torpedobooten. Doch al ware zelfs dit zoo, dan staan de ƒ25.000.000 die hij voor een dreadnought betalen wil op één kaart, terwijl SlJMEN's risico verdeeld is over dozijnen.

Een ander bezwaar van den Heer De visser is, dat de werkingssfeer der onderzeeërs zooveel malen kleiner is dan

Sluiten