Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

534 bescheiden uit de archieven der marine,

genomen, latende wij de termen waarop dit oogmerk kan worden bereikt aan de prudentie en het goed beleid van Onzen Commissaris-Generaal over, en belovende voor goed en wettig te zullen houden zoodanige schikkingen als hij, naar aanleiding der tegenwoordige omstandigheden, oordeelen zal tot dat einde te moeten maken.

74. Steeling aan Verdooren.

9 Dec. 1813

Hij heeft aan eene commissie van het eiland Texel 8o geweren, 30 sabels en patroontasschen afgegeven.

De op het eiland gearresteerde officieren „met naamen HOFMAN en KOOPMANS" zullen naar Amsterdam worden gezonden.

„Ik heb de informatie gekreegen de Hr. Lampe geemployeerd is geweest in een geheijme Commissie door de overste de ROTH, hier spargeerende hij niet aan de Helder heeft kunnen komen, ben ik evenwel zeeker, zoo als gebleeken is bij nadere ondervraging, hij daar geweest is ; hij heeft mij niet willen zeggen, welke orders hij van den admiraal terug gebragt heeft; het is geloof ik dienstig U H.E.G. hem na een en ander ondervraagd — de zaak op zig zelfs is niets, wijl de commissie vóór mijn tijd geordonneerd en uitgevoerd was ik niet geloof het iets is

regardeerende Medemblik, principaal geloof ik, het was omtrent de Fransche officieren.

„Ik verzoek U H.E.G. den generaal kraijenhoff te herinneren de militairen hun geld moeten hebben, volgens de conditiën bij aanneeming. Zij zijn ook slegd gekleed en hebben reeds onderscheidene maal na hun geld gevraagd; eenmaal heeft hun de capiteyn gestilt met een 3 gld. voor elk te negotieeren, dat zal heeden weer geschieden, dog het accoord was / 10 per week tot de ƒ 50 handgeld waren uitbetaald, de capit. heeft reeds aan den Coll. deswegen geschreven"....

75. President van de Provisioneele regeering der stad Utrecht aan Verdooren.

9 Dec. 1813 3). De Generaal en chef der 3e Divisie Pruisische Troupes, Graaf VON BüLOW, thans alhier zijn hoofdkwartier hebbende

1) Uit Medemblik. — Arch. A'dam.

2) Uit Utrecht. — Arch. A'dam. — Schrijver was de heer J. van den - Velden.

Sluiten