Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NASCHRIFT DER REDACTIE.

687

de jongelui als „handlangers" aan boord. Zij moeten daar den gewonen scheepsdienst, de gewone exercities doen. Exerceeren in de batterij, met de torpedo's, met de handwapenen, oefeningen met de sloepen, schijfschieten met geschut en geweer, zullen, behalve de gewone diensten voor onderhoud van het schip, als schilderen, schrapen, schoonschipmaken, dekspoelen etc. hunne bezigheden vormen.

Een stuk gereedschap krijgen zij al die jaren waarschijnlijk niet meer in hun handen; aan een draaibank of werkbank zullen misschien heel enkele, een enkele keer nog eens komen te staan, maar overigens vinden zij geen gelegenheid de verworven ambachtskennis te onderhouden.

Zij zien dat zij eiken dag daarin achteruitgaan; zij doen bezigheden, die met de verworven kennis niets te maken hebben.

Het onmiddellijke gevolg moet o. i. zijn, dat deze jongelui, vanaf den eersten dag, waarop zij aan boord zijn, zich gedesoeuvreerd zullen gevoelen en . . . dat zij binnen korten tijd het meest mopperende, kankerende personeel zullen vormen, dat ooit in de Marine geweest is.

En het eigenaardigste is, dat zij eigenlijk gelijk zullen hebben.

Want, zoowel tijdens hun opleiding als tijdens hun dienstverband krijgen zij een laag tractemeut; hun voornaamste vergoeding ligt in het ambachtsonderwijs, dat zij genoten hebben, maar afgezien van de vraag of zij dit voldoende aprecieeren, zullen aan het eind van de vijf jaar, waarin zij niets meer aan hun ambacht hebben kunnen doen, hun handen daarvoor geheel verkeerd staan. Zij zullen geen of slechts onbruikbare ambachtslieden zijn.

Wie ter wereld, leidt nu ook iemand op voor een vak om hem daarna vijf jaar niet in dat vak te gebruiken.

Zou het niet rationeeler zijn de menschen eerst vijf jaar bij de marine te gebruiken en ze daarna als belooning den vakopleiding te geven?

Aan de kanonnen, de torpedo's, de geweren en de andere wapenen en inrichtingen aan boord van een indienst zijnd schip wordt zéér, zéér weinig arbeid verricht, welke door ambachtslieden geschieden moet.

En, wanneer daar eindelijk eens een reparatie aan verricht moet worden, dan zal men voor dit — meestal nauwkeurige — werk toch nooit iemand nemen, die sinds jaren niets aan zijn vak gedaan heeft.

Dat is een van onze hoofdbezwaren.

Dat de jongelui, na vier jaar op een ambachtsschool te

Sluiten