Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

784 bescheiden uit de archieven der marine,

worden geleverd. Hun getal bedraagd 100 en alle 8 dagen worden ze vervangen. Deeze moesten ingevolgen de aanschrijving van den Commissaris van 't Arrondissement niet meer als 12 stuivers daags hebben, dog krijgen bij sommige gemeentens 20, 30 tot 40 stuivers ! welke ongelijke verdeeling zo (U) begrijpen kunt, niets anders als aanleiding tot onaangenaamheden geeft, wijl die, welke minder krijgen dan anderen, natuurlijk dezelfde aanspraak maaken. Daarbij — doordien zij alle weeken remplaceren — komt er geen de minste order onder en op die wijs zullen ze nooit geen soldaat worden. In 't kort, HoogEd.Gestr. Heer, de inrichting bevalt mij niet en mij dunkt, wanneer ik zo niet geborneerd had geweest, en hier zo' en klein Corps had mogen oprichten, er misschien meer was uitgevoerd.

Het zou insgelijks ter voldoening van mijn plan niet ondienstig zijn, wanneer ik een paar veldstukken van het Eiland Texel kon laaten haaien, te meer, wijl ik onder die 100 man tegenwoordig een aantal geweezen kustcanonniers heb, van welke er zekerlijk eenige voor vast dienst zouden nemen "

[,,De bereids gestelde orders ten aanzien der werving verzetten er zich tegen" — teekent Verdooren aan *)■]

134. Van Zuylen van Nijevelt aan Kikkert.

27 Dec. 1813. 2) .... De zeemacht bij Tholen wordt gecommandeerd door den kap. Stuward 3) commandeerende het fregat „Amphion", een jong kolonel ....

J) Dit is Bezemer's laatste brief van eenige beteekenis, die in het A'damsche archief is bewaard. Korten tijd nadat de Kozakken Noordholland hadden verlaten (13 Januari 1814) is zijne commissie ingetrokken en ging hij zich weer aan den zeedienst wijden. In de definitieve rangschikking der officieren van de marine (5 Juli 1814) komt hij voor als luit. ter zee ie kl.; 1 Jan. 1822 werd hij bevorderd tot kapitein-luitenant. Van 1817—1827 is hem — zooals toen veelal geschiedde — verlof verleend om ter koopvaardij te varen. Tijdens de beschieting van Antwerpen door chassé in October 1830 deed hij dienst op het kleine eskader, dat toen op de Schelde lag. Na zijne bevordering tot kapitein ter zee den ien Maart 1832, werd hij den 25en September van dat jaar afgevoerd uit het korps zee-officieren, als zijnde op 1 October d. a. v. aangesteld tot inspecteur van de uitrusting, levensmiddelen en kleeding bij de marine, welke betrekking door hem bekleed werd tot 31 Dec. 1850, toen hij als schout bij nacht titulair den dienst verliet. Bij Kon. besl. van 20 Febr. 1816 was hij, met vele anderen, zonder opgave van redenen, benoemd tot ridder in de Militaire Willemsorde; waarschijnlijk is zijn optreden in 1813/14 daaraan niet vreemd.

a) Uit Hellevoetsluis, werwaarts van zuylen, na aan de hem gegeven order van den 22en Dec. voldaan te hebben (zie hiervoren blz. 778 No. 122) was teruggekeerd. — Arch. dept. van marine).

3) De Engelsche kapitein ter zee James Stevvart.

Sluiten