Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BETREKKING HEBBENDE OP DE OMWENTELING IN l8 13/14. 789

hebbende vaartuigen daar, waar gem. kap. Uw zou indiqueren zij vereischt worden. Deze herhale ik. Dienvolgens zult Gij Uw onmiddelijk begeven aan boord van den schoener de „Triton", daarmede te zeilen naar de plaats, waar den Heer Eng. Admiraal YOUNG adsistentie van Holl. vaartuigen verzocht heeft en communicatif handelen met den Eng. officier, die Uw daar zult vinden. Voldoet gij niet zoodra mogelijk aan deze mijne stellige bevelen, zoo zal ik de nodige bevelen geven, dat men Uw in Uw commandement vervange. Welk de motieven geweest zijn, dat de Eng. Admiraal U gelast heeft, weder naar Helvoet te gaan en ingevolge Uwe order van den 19 Nov. te handelen, ignoreer ik; dan houde mij verzekerd, dat (als) U Zijn Ed. kennis gegeven had, dat er een zee Capt. te Helvoet was, wie zeer wel U kon remplaceren, had men uw gewis niet zo spoedig doen retourneren naar eene plaats, waar U persoon volstrekt van geen nut was, nog is, zoolang den Capt. DlBBETZ zig daar bevind. Dan ik sustineer Uw den Eng. Admiraal 't geval anders hebt voorgedragen, zoodat Z. Ed. van gedagten zal geweest zijn, men tot behoud der goede orde Uw te Helvoet volstrekt van noode had, hetgeen nimmer het geval was nog zal zijn, zoolang als ik het oppercommandement zal voeren. Deelt deze dus aan den Eng. adm. YOUNG op de Schelde mede en dan houde ik mij verzekerd, hij overtuigd zal wezen, ik geene ordre kan nog heb gegeven, die tegens eene goede order van zaken aanloopt.

Uit Uwe brieven ontwaar ik almede dat LJ met den Comm. Gem. direct correspondeert. Dit zult gij alleen hebben te doen bij particuliere omstandigheden, bij voorbeeld als Uw eene overwinning op den Vijand behaald had of iets anders Z. H. Ed. attentie waardig; anders alleen met mij Uw nogmaals recommanderende alle mijne orders respectivelijk te observeren. l)

i) De verhouding tusschen Kikkert en Van Zuylen was reeds van den beginne af aan gespannen geweest. Dit blijkt uit eenige brieven, die bij het stamboek van Van Zuylen (dept. van marine) zijn opgelegd. Reeds den 10™ Dec. had deze zich rechtstreeks tot den commissarisgeneraal Van der Hoop gewend, „met nederig verzoek om mij de vrijheid te vergunnen, om van mijn oude rang nu weer (te) jouisseeren, en zo goed te willen zijn, om goed te keuren 't geen de Heeren G. K. van Hogendorp, F. van der Duyn van Maasdam en de Graaf VAN Limburg Stirum op den 19 Nov. 1813 beslooten hebben, waarbij ik gecommitteerd wierd als Capiteyn en Collonel ter zee in Naam van Z. D. H. den Heere Prince van Oranje het commando op te neemen van 's Lands Corvet de „Lynx", als meede van de Rheede van Hellevoetsluis" (zie hiervoren blz. 58, no. 1). Dit verzoek werd aan Van der Hoop ingezonden met begeleidend schrijven van Van Zuylen's broeder

Sluiten