Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DIENSTJAAR [914.

7

king tot dat voorstel inneemt en dat het praematuur is te achten om'thans reeds te trachten verklaringen deswege van de Regeeringstafel uit te lokken."

Er is nog een andere zinsnede, die mij vreemd voorkomt, namelijk:

„Wel mag met reden van ondergeteekende verwacht worden, dat hij zich ten opzichte van de technische zijde van het vraagstuk reeds geruimen tijd eene overtuiging heeft gevormd, maar anderzijds zal toch moeten worden toegegeven, dat de consequentiën van financieelen, administratieven en politieken aard van het defensie-vraagstuk behoorlijk moeten worden overzien en voorbereid."

Van dezen minister, die, zooals ik weet, een man is uit één stuk, een ronde zeeman, zou ik wel gaarne een nadere verklaring hebben. Ik zeg niet, dat ik denk dat de Regeering als zoodanig niet met den Minister medegaat, maar men zal mij toch moeten toegeven, dat deze woorden er aanleiding toe kunnen geven en daarom wensch ik den Minister in de gelegenheid te stellen hierop een rond en duidelijk antwoord te geven.

Wat verder aangaat de quaestie van het personeel kan ik medegaan met het denkbeeld van den Minister, die nog wil trachten om de vloot te bemannen met vrijwilligers in kort verband en met premie. Ik hoop van ganscher harte, dat die maatregel doel zal treffen en dat het den Minister zal gelukken om aldus genoeg vrijwilligers voor de vloot te krijgen. Anders zal er niets anders op overschieten, aangezien wij een vloot noodig hebben voor het behoud onzer koloniën, dan dat wij de vloot gaan bemannen met miliciens.

Reeds bij de behandeling der Indische begrooting heb ik er op gewezen, dat dit een zware last is, die op de natie gelegd zal worden. In dit verband hoop ik van harte, dat, wanneer het den Minister gelukt om genoeg vrijwilligers in kort verband voor de vloot te krijgen, dan de opruiers, die systematisch bezig geweest zijn om de manschappen te maken tot wat zij noemen klassebewuste arbeiders en den klassestrijd op de vloot te brengen, minder vat op die nieuwe vrijwilligers zullen hebben. Want — en dat wil ik hier vastnagelen — het zal de schuld zijn van die opruiers, wanneer de Nederlandsche jongelieden naar de koloniën zullen moeten gezonden worden f

Ten slotte een korte opmerking ten aanzien van het materieel.

Het heeft mij veel genoegen gedaan — wat zeker wel niemand zal verwonderen — dat de Minister er toe overgegaan is een proef te nemen met turbine-machines op de torpedobooten.

Men zal zich herinneren, dat ik 3 jaren lang hierop heb aangedrongen. Toen is er verschenen een rapport van een commissie, welke uitmaakte, dat het onmogelijk was. Ik heb toen natuurlijk gezegd: ik ben niet knapper dan die commissie, en ik heb mij daarbij moeten nederleggen. Dat deze Minister nu toch overgegaan is tot het nemen van een proef, doet mij — gelijk gezegd — veel genoegen.

Mijnheer de Voorzitter! Met deze korte opmerkingen wil ik volstaan.

De heer Polak: Mijnheer de Voorzitter! Blijkens het Voorloopig Verslag is in de afdeelingen dezer Kamer veel instemming betuigd met het optreden van Zijn Excellentie den Minister van Marine tegen den Bond van minder marinepersoneel. Wij hebben den weerklank daarvan zooeven vernomen uit den mond van onzen geachten mede-afgevaardigde den heer Van Wassenaer van Rosande.

Het ware niijns inziens wenschelijker geweest, dat men, in plaats van

Sluiten