Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DIENSTJAAR I9J4.

15

op den voorgrond en het zijn deze factoren, welke noodig zijn zoowel voor kapitaalvorming als om het land tot ontwikkeling te brengen. Afgescheiden van kapitalistische belangen, dient men dunkt mij ook vooral te letten op de belangen van de inlandsche bevolking. Heeft nu de inlandsche bevolking belang bij de voortzetting van onze tegenwoordige ethische koloniale politiek, bij de rustige ontwikkeling onder het oppergezag van een moederland, dat uit den aard der zaak nooit agressieve politiek beoogt, dat uit zijn aard vredelievend is, of heeft zij er meer belang bij, dat zij wordt geannexeerd door de een of de andere Oostersche mogendheid ?

Wij hebben nog niet lang geleden in beperkten kring — dit zal de geachte afgevaardigde ook wel weten — van een ontwikkeld Javaan gehoord, dat hij overtuigd is, dat juist Indië zich het gelukkigst ontwikkeld heeft en zal kunnen blijven ontwikkelen, wanneer het bleef Nederlandsch-lndië; en wat nu Nederland betreft, geloof ik, dat Nederland nog behalve de kapitalistische belangen een roeping aldaar heeft te vervullen en tegenover het nationaal en historisch gewordene in Indië ook eenige verplichtingen heeft. Behalve degenen, die naar Indië gegaan zijn om kapitalistische belangen te dienen, hebben ook verschillende Hollanders in Indië hun leven gesleten, alleen om zich te wijden aan de Indische maatschappij en met hart en ziel hun kennis, hun wetenschap en hun arbeidskracht aan Indië te geven.

Nu heeft de geachte afgevaardigde zich verder op technisch gebied bewogen en gesproken over de scheiding tusschen de Nederlandsche en de Indische zeemacht, terwijl hij het eveneens gehad heeft over de verdediging van Java alleen.

Ik moet echter de discussie over deze punten uitstellen, want het is, dunkt mij, op het oogenblik praematuur daarover te spreken, voordat wij een afgerond plan hebben. Ook heeft de geachte afgevaardigde nog gesproken over de middelen voor de vlootplannen; ook daarover zal ik thans niet in discussie treden.

Ik kom nu tot de beantwoording van den geachten afgevaardigde uit Zuid-Holland, den heer van Wassenaer van Rosande.

Die geachte afgevaardigde heeft gesproken over een verklaring der Regeering in zake de verdediging van Nederlandsch-lndië. In de Memorie van Antwoord is gezegd, dat het zeer bezwaarlijk en moeilijk zou zijn om een Regeeringsverklaring te geven over een wetsontwerp, dat nog in wording is, en ik meen, dat ik dit standpunt moet blijven innemen.

De geachte afgevaardigde heeft zich gestooten aan een zinsnede uit de Memorie van Antwoord, namelijk waarin gezegd wordt:

„anderzijds zal toch moeten worden toegegeven, dat de consequentiën van fïnancieelcn, administratieven en politieken aard van het defensie vraagstuk behoorlijk moeten worden overzien en voorbereid."

De geachte afgevaardigde heeft den nadruk gelegd op de woorden: «politieken aard" en daarbij eigenlijk een soort van beroep gedaan op mijn karakter, waardoor hij den indruk gaf, dat in deze woorden een andere beteekenis werd gelegd dan daaraan in dit verband gehecht moet worden. Ik bedoel natuurlijk met «politieken aard", verhoudingen tusschen moederland en koloniën, machtsverhouding tegenover het buitenland, algemeene politieke zaken, maar ik had hier niet het oog op de engere beteekenis, welke men gewoonlijk aan het woord „politiek" hecht.

Verder heeft de geachte afgevaardigde te kennen gegeven, dat het

Sluiten