Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOOR DE ZEEMACHT 1902".

59

der iste klasse worden opgedragen, meer zelfstandigheid eischen dan de wachten, die door de jongere officieren worden gedaan. Om hieraan te gemoet te komen is in het wetsontwerp in totaal zes jaren dienst buitengaats geëischt, waardoor mag worden aangenomen dat als regel een gedeelte van dien buitengaatsdienst in den rang van luitenant ter zee der iste klasse zal worden gehaald.

Het zal natuurlijk kunnen voorkomen dat een luitenant ter zee der 2de-klasse in dien rang en den vorigen te zamen meer dan zes jaren op actieve schepen buitengaats dient, maar ook dan zal hij, hoewel in dit opzicht voldaan hebbende aan den eisch voor bevordering tot kapiteinluitenant ter zee, in den rang van luitenant ter zee der iste klasse nog wel dienst buitengaats halen, omdat hij ook moet voldoen aan den eisch van twee jaren in zijn rang op actieve oorlogsbodems te hebben gediend. Daarbij moet niet worden voorbijgezien dat de dienst voor luitenant ter zee der iste klasse op de kust en in de zeegaten van Nederland (als officier van artillerie, torpedo-officier of eerste-officier) zeker niet minder leerzaam is dan in volle zee of op eene vreemde rede.

Ten aanzien van den eisch van dienst als eerste-officier of van bevelhebber, (eerste lid, sub d) is de eenige wijziging dat tot nog toe werd gevorderd : „dienst als bevelhebber op actieve oorlogsbodems", en thans : „dienst als bevelhebber op actieve bodems of in daarmede door de Koningin gelijk te stellen maritieme inrichtingen." Deze zelfde wijziging is aangebracht in de eischen voor bevordering tot kapitein ter zee (tweede lid, sub b). Zooals hierboven reeds is gezegd, is de tegenwoordige eisch eene belemmering voor de handhaving van de zoo noodige continuïteit in de bevelvoering. Door het feit, dat het aantal actieve oorlogsbodems in verhouding tot het aantal officieren, dat in de gelegenheid moet worden gesteld aan de bevorderingseischen te voldoen, beperkt is, moeten verschillende officieren op hun beurt met het bevel worden belast. Heeft de een aan dezen bevorderingseisch voldaan, dan moet gezorgd worden dat een ander zijn plaats inneemt. Van de continuïteit komt daardoor weinig terecht. Toch is deze met het oog op den dienst van het grootste belang. Door een eenigszins langdurige bevelvoering toch alleen kan een commandant vertrouwd raken met zijn schip en kan er een band worden gelegd tusschen hem en degenen die onder zijne bevelen staan, terwijl ook slechts uit eene eenigszins langdurige bevelvoering conclusiën kunnen worden getrokken ten opzichte van de bekwaamheid en geschiktheid van een zeeofficier als commandant. Door de voorgestelde wijziging nu wordt het aantal commandementen uitgebreid, en derhalve de continuïteit van bevelvoering gebaat. Terloops zij hierbij opgemerkt, dat het niet in de bedoeling ligt om, zoolang er nog kanonneerbooten of voor andere diensten getransformeerde kanonneerbooten in dienst komen, aan den oudsten aan boord dienenden officier daarover het bevel op te dragen, maar deze te belasten met het commando over het aan boord ingescheepte detachement, dan wel met de leiding van de vaaroefeningen.

Met betrekking tot deze aangelegenheid wenscht de ondergeteekende nog de aandacht te vestigen op het volgende.

Volgens het bepaalde in het 3e lid, sub b, i0., van artikel 10, moeten de kapiteins ter zee, om voor bevordering in aanmerking te komen, o.m. ook op alleszins voldoende wijze gedurende ten minste één jaar, in een der rangen van kapitein-luitenant ter zee of luitenant ter zee der iste klasse onafgebroken het bevel gevoerd hebben op een actieven oorlogsbodem. Uit dezen eisch volgt, dat ook thans nog een groot aantal officieren van genoemde rangen met zoodanig bevel zullen moeten worden belast, maar doordat hij nu slechts gesteld wordt voor bevordering tot den

Sluiten