Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MEMORIE VAN TOELICHTING.

183

en 2de afdeeling echter onder andere voorwaarden in dienst zijn gekomen zal voor hen over de twee jaren, welke aan de opleiding worden toegevoegd, geen bijdrage in de opleidingskosten behoeven te worden betaald. In September 1915 zullen dus de eerste leerlingen in opleiding komen op de vloot. Hierop is bij het betrekkelijk artikel gerekend. Wanneer zij September 1917-het Instituut verlaten en tot officier-machinist der 3de klasse worden aangesteld, zullen de aanwezige machinisten, wanneer zij daarvoor in aanmerking komen, mede tot dien rang worden bevorderd.

Wijziging van het leerprogramma is voor een en ander noodig. Daarop zal een groote plaats worden ingeruimd aan het werktuigkundig teekenen, ook gedurende den tijd van verblijf bij het Koninklijk Instituut.

Eindcijfer. Het eindcijfer van dit hoofdstuk der Staatsbegrooting is geraamd op een bedrag van f 19095689.—, zijnde f 2 194704.81 minder dan het voor het jaar 1914 toegestane bedrag van f 21290393.81 l), waarbij de aandacht wordt gevestigd op de omstandigheid dat, met uitzondering van een bedrag van f 4200.— ten behoeve van de verdere uitrusting van de twee onderzeebooten VI en VII en van de acht torpedobooten (1913) (zie bijlage B van deze Memorie), geen gelden voor nieuwen aanbouw bij deze begrooting worden aangevraagd, terwijl voor het jaar 1914 hiervoor een bedrag van f 2 765 076.— werd toegestaan.

Rekening houdende met de inkomsten uit de begrooting, welke verantwoord worden bij de wet op de Middelen, moet het eindcijfer verminderd worden met een geraamd bedrag van f 4073 415.— als hieronder gespecificeerd, tegen f 4312600.— voor het dienstjaar 1914.

Bijdragen voor de opleiding van adelborsten en adspirant-administrateurs f 36 4°°-

Bijdragen voor de opleiding van adspirant-machinisten. 7800.—

Opbrengst van den verkoop van onbruikbare en overtollige goederen 5° °°0-—

Opbrengst van den verkoop van het pantserschip „Stier" en kanonneerboot „Udur" en de brik „Castor" .... 40 000.—

Opbrengst van den verkoop van Nederlandsche en West-Indische kaarten 1 800.—

Opbrengst van loodsgelden 3750000.—

Bezoldiging van het personeel bij de verlichting op de Wester-Schelde en in hare mondingen, welke ingevolge tusschen België en Nederland bestaande overeenkomst van 31 Maart 1866 („Staatsblad" n°. 80) komt ten laste van België 9685.—

Opbrengst wegens het weghalen der spoeling en van den afval van levensmiddelen in de drie marinedirecties Willemsoord, Amsterdam en Hellevoetsluis 4 4°°-—

Gedeeltelijke terugstorting van verstrekte gelden voor het inrichten en drijven van scheepstoko's 3 000. -

Vergoeding door België van de kosten voor plaatsing, verplaatsing, herstelling en bijvulling van lichtboeien op de Wester-Schelde -M 5°°-~

Opbrengst van rechten van zegel, registratie en leges,

zoomede van invoer en accijnzen _ 128 830.—

f 4073 415.—

tengevolge waarvan het eindcijfer voor 1915 testellen is op f 15022274.-tegen f 16977793.81 voor 1914, zijnde f 1955 519.81 minder.

1) Bij suppletoir wetsontwerp is verhooging van dit bedrag aangevraagd met f 25 800.— .

Sluiten