Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

194

MARINEBEGROOTING VOOR HET DIENSTJAAR I915.

Art. 42. Onderhoud enz. van gebouwen enz.

ten dienste der verpleging 2 575.—

Art. 43. Kosten van verpleging .... 5 000.— Art. 45. Reis- en verblijfkosten .... 6 000. -

f 185 3Q5-995

Blijft minder . . . . f 94346.505

Art. 22.

De wenschelijkheid is gebleken om aan den officier, die in den loop van 1914 bij het Koninklijk Instituut is geplaatst, speciaal met het doel om zijn krachten te wijden aan de militaire vorming der adelborsten, de functie op te dragen van eerste-officier bij die inrichting. De ondergeteekende acht de militaire vorming van den toekomstigen officier van het grootste belang. De adelborst, die het Instituut verlaat, moet gereed zijn voor de taak die hem wacht. Zijn kennis moet er niet alleen toe leiden, dat hij zijn positie als gezaghebbende volkomen beheerscht, maar hij moet ook zijn taak als leider en voorganger begrijpen, waarvoor in de eerste plaats noodig is, dat hij zelf goed en vlug leert doen, wat hij later zal hebben te bevelen, opdat zijn gezag door eigen vaardigheid tot handelen gesteund wordt.

De officier, die bij het Instituut met de militaire vorming is belast, moet zijn invloed kunnen doen gelden bij appèls, inspectiën, behandeling van rapporten enz. Zijn positie moet daarmede in overeenstemming zijn. Vandaar dat hem de bevoegdheden van den eerste-officier behooren te worden verleend met dien verstande evenwel dat bemoeiingen met den huishoudelijken en administratieven dienst niet aan hem worden opgedragen. Daardoor toch zou het hoofddoel van zijne plaatsing schade lijden.

Gerekend is op embarkement van officieren-instructeur van het Koninklijk Instituut aan boord van de schepen, waarop de adelborsten na hun komst op het Instituut de eerste reis ondernemen en na afgelegd eindexamen de opleiding bij die inrichting besluiten. Dit embarkement wordt om verschillende redenen wenschelijk geoordeeld. De officieren-instructeur zijn toch bekend met de adelborsten ; zij zijn gewoon les te geven en weten, in aansluiting aan het geleerde, aanwijzingen te doen omtrent verdere zelfontwikkeling. Zij zijn in het bijzonder belast met dc leiding van de adelborsten en kunnen zich geheel aan die taak wijden, hetgeen niet verwacht mocht worden van de officieren, die, zooals tot nog toe, behalve den gewonen scheepsdienst, ook nog toezicht op de adelborsten hadden uit te oefenen. De vorming der adelborsten zal door dezen maatregel ongetwijfeld beter tot haar recht komen. Als gevolg daarvan was het noodig om bij het Instituut een tweeden officier-instructeur in stoomwerktuigkunde te plaatsen.

Voor de beide amanuenses bij het instituut is een traktementsverhooging van f 100 's jaars aangevraagd, waarvoor op grond van hunne goede en trouwe plichtsbetrachting, hun aantal dienstjaren aan den Lande, en den in het algemeen verhoogden levenstandaard wel aanleiding bestaat.

Het is de bedoeling om, met behoud der bestaande minima van f 600 voor de amanuensis voor scheikunde en van f 800 voor dien van natuurkunde, tevens instrumentmaker, de maxima respectievelijk ad f 1000 en f 1200 met t 100 te verhoogen en alzoo te brengen op f 1100 en f 1300, door toevoeging aan de thans bestaande vier driejaarlijksche verhoogingen van een vijfde, waardoor gezegde maxima na 15 jaren dienst zullen worden verkregen.

Tevens eischt, naar de meening van ondergeteekende, de billijkheid ook de jaren, niet bij het Instituut, bij het onderwijs in dienst van den

Sluiten