Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VI DER STA ATS BEGROOTING VOOR 1915.

287

wachtende houding ten aanzien van eene definitieve organisatie onzer defensie behoeft geenszins dien achterstand op sghadelijke wijze te verergeren, wijl met aanmaak van klein materieel kan worden voortgegaan, in welke richting omtrent die organisatie ook moge worden beslist. Ook wanneer de in aanbouw zijnde torpedobooten en onderzeeërs — met inbegrip van die, welke in de plaats van de vier torpedobooten, waarop te Stettin door de Duitsche Regeering beslag werd gelegd, zullen worden op stapel gezet — gereed zullen zijn, zal nog slechts in beperkte mate in de behoefte aan klein materieel zijn voorzien. Het had dan ook eenige bezorgdheid gewekt, dat thans geen gelden worden aangevraagd voor vermeerdering van dat materieel, te meer wijl de herhaalde vertraging, bij den bouw en de aflevering van schepen ondervonden, aan uitstel ten deze een bijzonder bedenkelijk karakter geeft. Met eenigen nadruk wees men er op, dat voor spoed bij den afbouw en de uitrusting van hetgeen in aanbouw is, in de eerste plaats moet worden zorg gedragen. Doch daarnevens behoort de verdere aanbouw van klein materieel te worden voorbereid. Met te meer ernst wenschte men hierop te wijzen, wijl, vooral in de naaste toekomst, rekening moet worden gehouden met de betrekkelijk geringe capaciteit onzer werven. Men wenschte hierbij onder 's Ministers aandacht te brengen, dat voor aanbouw als hier bedoeld niet alleen de werven «de Schelde" en «Feijenoord", doch ook een of meer andere particuliere scheepsbouwinrichtingen in aanmerking konden en behoorden te komen.

Men zou het op prijs stellen, indien de Minister omtrent de wenschelijkheid van verderen aanbouw van klein materieel in de tegenwoordige omstandigheden zijne zienswijze zou willen mededeelen en met name zouden sommigen 's Ministers oordeel wenschen te vernemen omtrent deze vraag: of niet de ervaring leert, dat uitbreiding van onderzeebooten boven die van torpedobooten de voorkeur verdient. Ook zou men gaarne inlichtingen ontvangen omtrent de vraag, in hoeverre de werven hier te lande gelegenheid bieden, den aanbouw voortgang te doen hebben.

Op bladz. 3 van het Voorloopig Verslag betreffende de begrooting voor het loopende jaar werd den Minister in overweging gegeven eene „vlootcommissie" in het leven te roepen naar analogie van de sedert enkele jaren bestaande „legercommissie". In de Memorie van Antwoord op dat verslag (bladz. 4) werden daartegen eenige bezwaren aangevoerd, doch in de vergadering van 22 Januari 1914 (Handelingen bladz. 1367) zegde de Minister nadere overweging toe.

Gaarne zouden sommige leden vernemen of die bezwaren van dien aard zijn, dat voor de instelling van zoodanige commissie 's Ministers medewerking niet kan worden verwacht. Zij zouden dit ten zeerste betreuren.

» 2. Materieel. Torpedobooten.

In dc toelichting tot de Nota van Wijzigingen wordt medegedeeld, dat in verband met den bouw der torpedobooten aan de Vulcan-Werke te Stettin waarop thans door de Duitsche Regeering beslag is gelegd, „wegens voorschotten op de aannemingssom, onder persoonlijke borgstelling, ingevolge de contractsbepalingen, een bedrag werd betaald van f 354.685.215". Gaarne zou men de woorden „onder persoonlijke borgstelling" zien verduidelijkt en vernemen of de Regeering omtrent de, restitutie van het bedrag eenige nadere mededeeling kan doen.

Op overlegging van het contract, met de Vulcan-Werke gesloten, zou men prijsstellen.

Sluiten