Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2S

genieten van haar machtig, artistiek klavierspel. De Appassionato, van Beethoven gaf iets zeer bijzonders, in het begin was haar voordracht zeer ingehouden om met steeds stijgende hartstocht een verbazend culminatiepunt aan het slot te bereiken. In werken van Chopin wist zij haar oneindige verscheidenheid van kleur en toonontwikkeling te doen bewonderen, en ook in de Symphonische Variaticn van Schumann gaf zij een sprekend bewijs van haar machtig kunnen, haar temperament en oorspronkelijkheid van voordracht, om ten slotte in de stukken van Liszt door haar geweldige kracht en reusachtige techniek en haar takt van kleuren te imponeeren. Voor aanslag en modulatievermogen in de toonontwikkeling was haar voordracht een uitstekende les voor alle aankomende pianisten. Dat zij daverend werd toegejuicht spreekt dus van zelf.

Een Concert door de Liedertafel „Apollo" gegeven, slaagde niet gelukkig, zoodat wij ons van bijzonderheden willen onthouden en liever wachten tot deze vereeniging eens revanche neemt.

Echter moeten wij even vermelden dat Gerard Zalsman en Joh. Rogmans nieuwe, althans nog niet gehoorde compositiën van Alph. Diepenbrock voordroegen: Jesu dulcis memoria en Memorare, die een interessante kennismaking waren.

De heer Evert Cornelis deed zich met solovoordrachten en met de begeleiding der koren weer als een voortreffelijke organist kennen. v. M.

's-Gravenhage. Het eerste concert dat ik na mijne vorige correspondentie bijwoonde was een liederenavond van mejuffrouw Marie van Beekum.

Er was zeer weinig publiek opgekomen en zij die zich de reis naar Diligentia ontzegd hebben, verzuimden niet te veel, want om een geheelen avond bijna alleen liederen te hooren zingen, moet de kunstenares m. i. op een hoog standpunt gezet hebben, om de belangstelling gaande te houden en haar gehoor te kunnen boeien en dit laatste was geenszins het geval. Nu en dan gaf zij wel blijk een goeden school doorloopen te hebben en in enkele liederen wist zij door eenvoud wel een zeker peil te bereiken o. a. in Van Eyken's Wiegenlied, doch in Pasiello's Zigeunerin en in de aria Quella fiamma van Marcello was het bijna voortdurend een vechten met de zuiverheid.

De zangvereeniging van de afdeeling Leiden der Maatschappij tot bevordering derToonkunst gaf met het Besidentie-orchest een concert, gedeeltelijk onder leiding van haren directeur, den heer Daniël de Lange, en voor het tweede gedeelte onder leiding van den heer Charles Tournemire, wiens werk Le Sang de la Sirene in Nederland door genoemde afdeeling werd geïntroduceerd. De avond werd geopend met de ouverture Egmont van L. van Beethoven, waarna het koor de twee bekende werken van Richard Strauss: Hymne en Der Abend voor zestienstemmig koor a cappella uitvoerde.

De uitvoering mag niet volkomen vlekkeloos genoemd worden, toch was het een goed idee van den heer de Lange om dezen werken na de pauze nog eens te geven, een voorbeeld dat navolging verdient — maar dan moet de tweede uitvoering niet minder gelukkig zijn dan de eerste, hetgeen hier helaas het geval was. Beter geslaagd kan men noemen de uitvoering van le Sang de la Sirene, van Ch. Tournemire, voor groot orchest, soli en koor. De soli waren opgedragen aan de dames Etta Madier de Montjeau van Parijs, D. Brunings, sopraan en Jacoba Dhont, alt, en de de h.h. M. Smits, tenor en Jos. M. Orelio, bas. Men mag veronderstellen dat dit werk hier een goeden indruk heeft gemaakt en het wellicht nog eens zal worden gegeven door een onzer tooukunstafdeelingen. De componist had veel succes en dankbaar schudde hij den heer de Lange de hand voor de consientieuze voorbereiding.

Sluiten