Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

154

Aan het slot: dat deze jonge kunstenaar wellicht nog meer van zich zal doen hooren.

Wat het nut van dergelijke verslagen is, is nog niet vastgesteld. Men noemt ze een noodzakelijk kwaad, doch tot heden kon niemand mij de noodzakelijkheid helder aantoonen.

Wat is er ondertusschen gebeurd?

Het enthousiaste publiek heeft verwonderlijk gauw zijn kalmte herkregen, geneert zich nu voor zijn buitensporigheid. Hollandsch publiek gêneert zich spoedig en de grootste schande die een vergadering van zulke uiterst-verstandige menschen kan overkomen, is door den eersten besten dwaas te worden uitgelachen. Nu — na het verslag in de courant — worden ze anders uitgelegd, die spontane uitingen van geestdrift tijdens het concert. Vooral hoort men nu allerwege: „Het was héél mooi, maar ... de pianist was géén: Lamond, Bauer, Risler" enfin: geen bekende ster; een waarheid bevestigd door het affiche.

Een tweede kans wordt door den jongen kunstenaar gewaagd. Gedachtig aan allerlei wenken speelt hij Brahms, alsof hij een metronome had ingeslikt, die in zijn polsen rondspookt. Hij speelt Beethoven als een geperfectionneerde leerling. Het publiek, in den aanvang gereserveerd (het is ook matig opgekomen) applaudiseert koel. Ontevreden verlaat de jonge kunstenaar zijn ondankbare geboorteplaats. Ondertusschen stijgt hij hooger en hooger, doch bij volgende tournees slaat hij zijn vaderstad over.

Op deze wijze kan een plaatselijke criticus, stelselmatig het locale muziekleven vernietigen. Het onberedeneerde publiek — dat door werkelijk goede muziek intuïtief spoediger wordt meegesleept dan de meest „bevoegde criticus" — is echter terstond bereid zich van de gelegenheid om goede muziek te genieten te laten afhouden als iemand, die door een plaats in een courant zich het recht van oordeelen heeft aangematigd, vooraf verzekert dat men zich niet moet laten „beetnemen", en — het Nederlandsche publiek laat zich niet beetnemen!

Kleine plaatselijke redacties hebben dikwijls niet het minste verstand van muziek — soms stellen ze daar een eer in. Volkomen vrij in zijn doen en laten woedt dan een plaatselijke reputatie rond en werkt en wroet tot hij het geheele muziekleven dat in kleinere plaatsen toch meestal zieltoogt, heeft vernietigd. Waarom willen plaatselijke redacties zoo weinig verantwoordelijkheids-besef toonen wanneer zij over „muziek" hebben te oordeelen?

Als menschen verheven schrijven willen en een geweldige stijging te weeg trachten te brengen, dan gebeurt het vaak, dat hun dit niet gelukt. Pegasus wordt onwillig.

Sommige critici (helaas ook „groote") willen dan wel eens een verderfelijk middel toepassen: door hartgrondig afbreken en daarna een pluimpje toe te

Sluiten