Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

195

Mozart e.a. speelde, waarin o.a. clarinetten, violen en celli waren aangebracht. Het werd in 1804 te Weenen en Parijs geëxposeerd en voor 60,000 francs aldaar verkocht. De automatische trompetter was ook een uitvinding van hem en verschafte hem de benoeming tot hof-mechanicus. Ook verbeterde hij de métronome van Stöckel, waarmede o.a. Beethoven zeer ingenomen was. Beethoven stemde er in toe een compositie voor den Panharmonicon, dien hij te Londen wilde exposeeren, te schrijven en zoo ontstond Wellington's Sieg oder die Schlacht bei Vittoria, welke compositie Beethoven later op verzoek van Maelzel instrumenteerde en te Weenen liet uitvoereD. Zooals men weet heeft M. zich van die partituur meester gemaakt, bewerende dat Beethoven, die hem ongeveer 50 ducaten schuldig was, aan hem het recht van uitgave en uitvoering had afgestaan. Dit werd een questie en Beethoven schreef aan de Londensche musici om hen omtrent Malzel in te lichten. Deze ging toen niet naar Londen, maar kwam te Amsterdam, waar hij Diederik Nicolaas Winckel, een klokkemaker, die eene métronome had uitgevonden, leerde kennen.

Hoewel reeds in de 17e en 18e eeuw in Frankrijk allerlei proeven zijn genomen om den slinger van een uurwerk als graad van beweging toe te passen o.a. door Etienne Loulié (1696) en Saveur in 1771 een chronometer vervaardigde evenals Pelletier, ongeveer in dien zelfden tijd, werd toch pas in de 19e eeuw de métronome algemeen bekend. Gottfried Weber vond in 1813 een zak-métronome uit, en anderen zooals Stöckel en Zmeskal werkten eveneens in die richting. Winkel's vinding had voor het eerst levensvatbaarheid. Malzel liet zich die métronome nauwkeurig uitleggen en maakte er misbruik van door zich die toe te eigenen en er slechts een kleine verbetering bij aan te brengen. Hij verkreeg er patent voor en richtte in 1816 een métronome-fabriek te Parijs op. Natuurlijk legde Winckel zich daar niet bij neder maar riep de uitspraak van het Kon. Ned. Instituut in, dat Winckel in het gelijk stelde. Het rapport door de 4e klasse uitgebracht, dat ook in het buitenland bekend werd, zoodat Malzel moest erkennen dat Winckel het leeuwendeel van de eer toekwam, (26 November 1822) luidt als volgt:

Gij zult U, Mijne Heeren! gewis herinneren, dat de heer Winckel, Mechanicus hier ter stede, in den jare 1815 aan de Klasse ten onderzoek hebbende aangeboden een door hem uitgevonden Chronometer of Tijdmeter, daarop een volledig bewijs van goedkeuring ontvangen heeft. Tevens zal U niet onbekend zijn, dat de Heer Maelzl iets later een soortgelijk werktuig bekend gemaakt heeft, daarop van het Weener Hof als eigene vinding patent bekomen, en dezen zijn metronoom algemeen heeft doen aannemen; dat hierover in de dagbladen en muzikale tijdschriften sedert twist gerezen is, dat de Heeren Winckel en Maelzl zich beide de eer der vroegste uitvinding hebben toegekend; terwijl de eerste openlijk bekend heeft gemaakt, dat het geheim hem door den laatsten ontnomen was, die daarmede als een eigene uitvinding pronkte.

De heer Maelzl zich in het laatst van 1820 alhier bevindende, vervoegde zich

Sluiten