Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

224

Rotterdam. In den Paaschtijd heeft het hier niet ontbroken aan gelegenheid voor degenen, die behoefte hadden, zich langs muzikalen weg te laten stichten, maar het aantal dier behoeftigen bleek niet groot en misschien zou 't verstandig van de inrichters van dergelijke concerten zijn, ze alleen te organiseeren in een tijd, dat de natuur niet haar concurreerenden invloed doet gevoelen: in den Kersttijd.

De belangstelling van het publiek voor de concerten, die op de Paaschdagen werden gegeven, was vrij slap en zelfs de leden van den Kunstkring waren in slechts matigen getale opgekomen, om het Palestrina-Koor uit Utrecht, onder directie van den heer Hub. Cuypers, van Amsterdam, te hooren zingen, in de Remonstrantsche Kerk, kerkelijke composities (misfragmenten, psalmen en motetten) van Palestrina, Allegri, Vittoria en Hiindl — beter bekend onder den naam J. Gallus — en een Oudtioentsch Paaschlied van Diepenbrock. Het Palestrina-koor zingt nog met even fraaien, blanken klank, draagt nog met dienzelfde wijding de a cappella-muziek uit vroeger eeuwen voor, als toen het onder leiding van Jos. Vranken stond. Blijkbaar is de heer Cuypers met den eigenaardigen stijl van deze muziek zoo goed vertrouwd als zijn voorganger en zet hij diens werk waardig voort.

Op denzelfden middag — van Eersten Paaschdag — begon de Fransche componist Jean Hurê zijn tourneetje door ons land, hier met een uitvoering van gewijde muziek in de Doopsgezinde Kerk. Voor deze uitvoering had hij de medewerking van mevrouw Alida Lutkemann en van den cellist I. Mossel, terwijl hij zelf op het°orgel solostukken van eigen compositie speelde en zijn medewerkers accompagneerde. Misschien was het de onbekendheid met de eigenaardigheden van het orgel, waardoor zijn spel aan achevé te kort kwam — als organist heeft Huré mij niet geïmponeerd. Van zijn composities hoorde ik alleen het mooie Air voor violoncel, waarover ik een vorige maal schreef, nadat Mossel het in een Eruditio-concert had voorgedragen, en een Mis-praeludium voor orgel, dat Huré speelde in zulk een overdadige aanwending van luidschallende stemmen, dat de waarde dezer compositie achter het oor-schokkend geweld voor mij verborgen is gebleven. Uit een improvisatie op het orgel, een stuk van pastorale stemming bleek Huré's verwantschap aan de Jongfransche school, zooals we die leerden, kennen door componisten als Charpentier, Duparc, Février, Fabre, Debussy.

Voorts had het Bach-Comité, dat zijn juist een jaar geleden begonnen werk met ernst en toewijding blijft voortzetten, voor den Tweeden Paaschdag een Bachuitvoering in de Luthersche Kerk ingericht. Misschien zou de belangstelling in deze concerten levendiger blijven, als meer afwisseling in het programma en in de solisten gebracht kon worden. Als in de vorige uitvoeringen omvatte het eerste weer fragmenten uit kerkelijke cantaten voor solostemmen, fuga's en koraalvoorspelen voor orgel, en waren als uitvoerenden weer gekozen mevrouw De Haan—Manifarges de Dusseldorfsche Bach-tenor Georg Walter en de Rotterdamsche organist J. H. Besselaar Jr. Een en ander' zij opgemerkt met volkomen waardeering van de verdiensten dezer kunstenaars, maar voor het wekken van belangstelling — en dat is het doel van het Comité, wat Bach's werken betreft — is niets minder nadeelig dan gelijkvormigl eid van middelen.

De Christelijke zangvereeniging Excelsior, de eenige onder de tallooze Christelijke zanovereenigingen hier ter stede, die het tot daden van artistieke waarde brengt, heeft evenals het vorig jaar in de Stille Week Bach's Johannis-Passion voor een groot publiek uitgevoerd. Weer was de Groote Kerk voor Bach's kerkmuziek gesloten gebleven, zoodat de uitvoering in de Doelezaal moest geschieden, en, het zij tot eer van deze vereeniging gezegd, er is al het mogelijke gedaan, om in de wereldsche omgeving de uiterlijke omstandigheden te doen medewerken

Sluiten