Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook hoorden wij eene schitterende uitvoering van Röntgen's violoncel-sonate door Dirk Schater en I. Mossel. Verder speelde Schilfer twee klavierstukken van eigen compositie: „Etude" en „Variazionen über ein Sequenz" die luide werden toegejuicht, en mej. Jacoba D'hont, die liederen van Ph. Loots voordroeg, trok mede zeer de aandacht.

Juist dat musiceeren onderling, waardoor de band tusschen de kunstbroeders nauwer kan worden toegehaald, dan mogelijk is bij uitvoeringen in concertvorm, was zeer aantrekkelijk. Er was gelegengeid met de componisten over de détails van hun werken van gedachten te wisselen; het bleek overtuigend dat allen dit waardeerden, en de componisten zelf verklaarden zich ten hoogste voldaan, over de gelegenheid hun geschonken op deze wijze hun werken te kunnen bekend maken.

De matinee die Zondag in het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen werd gegeven, bracht een hoogst belangwekkend programma. Zij werd geopend met het „Quartet" voor piano, viool, alt en violencel in 0. gr. t. van J. W. Kersbergen, dat door den componist en de heeren Louis Wolff, W. F. Beunderman uit° Rotterdam en I. Mossel uit Amsterdam, leden van het Rotterdamsch strijkquartet, werd ten gehoore gebracht. Deze compositie, die éénmaal te Amsterdam vóór een paar jaar, werd uitgevoerd, trof weer door groote natuurlijkheid, meesterschap van bewerking en warme strooming. Dat alles werd door de uitstekende vertolking in het beste licht gesteld. Kersbergen werd met zijn partners luide en langdurig toegejuicht.

Daarna zong mej. D'hont vier liederen van Bernard Zweers, Jan Rijken, Hugo Nolthenius en S. van Milligen, die ook veel bijval vonden. Haar machtige altstem, die voor sommige liederen wel eens te machtig klonk, is goed ontwikkeld en de voordracht getuigt van muzikaliteit en warm voelen, zoodat de aandacht op haar mag worden gevestigd. De toonvoortbrenging kan nog meer rijkdom van nuances geven, doch in de genoemde liederen en niet minder in die van Diepenbrock, Kor Kuiler en twee — ons onbekende — muzikaal gedachte en goed gevoelde liederen van Sem Dresden, toonde zij eene zangeres te zijn van wie men zeer veel mag hopen en verwachten. Zij werd zeer artistiek door haren verloofde, den heer Dresden, begeleid.

G. H. G. von Brucken Fock schonk dien middag de eerste openbare auditie van zijne pas verscheen „Zeven Praeludiën" voor piano, opus 16.

Het zijn hoogst interessante klavierstukken van diepen inhoud, zooals v. Brucken Fock zich in zijn andere werken heeft doen kennen. Hij speelde ze op zeer artistieke wijze en, hoewel een keuze uit verschillende zijner werken misschien, met het oog op eene openbare uitvoering, meer afwisseling zou hebben gegeven, was het hoogst interessant deze Praeludiën te leeren kennen. Deze noviteit werd eveneens zeer toegejuicht.

Een buitengewoon succes behaalde Dirk Schater, die met het Rotterdamsch Quartet, waarbij nu ook de tweede violist D. Blitz medewerkte, zijn „Quintet" in Des. gr. t. voordroeg. Hiermede had het programma eigenlijk moeten besluiten want het vormde het culminatiepunt. Het is een waarlijk meesterlijke compositie, die door Schafer en het quartet voortreffelijk werd ten gehoore gebracht, en waarin ook de quartetspelers zich van hun beste zijde deden kennen. De kennismaking met het Rotterdamsch strijkquartet was dus hoogst aangenaam. De wijze waarop zij de werken van Kersbergen en Schafer hebben ingestudeerd en vertolkt, getuigt van grooten ernst en liefde voor hun kunst, hetgeen bleek uit dat „ick en weet niet wat" dat hunne prestatiën zoo sympathiek maakte.

Wanneer wij de uitgevoerde conipositièn overzien, moet gezegd worden dat de

Sluiten