Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

292

De thans zoo populaire „Kreutzer-Sonate" wordt in hetzelfde blad aldus beoordeeld: „Men moet onder den indruk van een soort van artistiek terrorisme verkeeren, of tot verblindheid toe voor Beethoven ingenomen zijn, wil men hier geen bewijs vinden, dat Beethoven sinds eenigen tijd de caprice heeft, bovenal steeds geheel anders dan andere menschen te zijn. Deze sonate is voor twee virtuozen, voor wie niets meer moeilijk is, en die daarbij zóóveel geest en kennis bezitten, dat zij, wanneer de oefening er bij kwam, zelf zulke werken zonden kunnen schrijven. Een effektvol Presto, een origineel schoon Andante met hoogst zonderlinge variaties, dan weder een Presto, het meest bizarre gedeelte"....

Beethoven's eenige opera Fidelio werd op de volgende wijze gekritiseerd: „Het geheel, wanneer men het kalm en vrij van vooroordeelen beschouwt, munt noch door vinding, noch door uitwerking uit. De ouverture bestaat uit een zeer lang, alle toonaarden doorloopend Adagio, waarop een Allegro in G volgt, dat evenmin voortreffelijk is.... Aan de zangstukken ligt in den regel geen nieuwe gedachte te grond, zij zijn meestal te lang, de tekst wordt onophoudelijk herhaald, soms is ook de karakteristiek verkeerd, waarvan men o.a. het duet in de derde akte, in G, na het herkenningstooneel, als voorbeeld kan aanhalen. Want het altijd bewegelijke accompagnement in de hoogste vioolsnaren drukt veeleer luiden jubel uit, dan het stille, weemoedig-diepe gevoel, elkaar in dezen toestand weder te vinden. Veel beter uitgevallen is een vierstemmige canon in de eerste akte en een gevoelvolle discant-aria in F, waar drie obligate hoorns en een fagot een schoone, hoewel soms te overladen begeleiding vormen. De koren zijn van geen effekt, en een daarvan, die de vreugde der gevangenen over het genot der vrije lucht uitdrukt, is blijkbaar mislukt."

De -EVoica-symphonie moest het met een soortgelijke recensie doen; na de 7e (-i-OMr^symphonie waren er die verklaarden, dat Beethoven rijp voor het gekkenhuis was, en toen de 9e symhonie voor het eerst was uitgevoerd, betreurde een recensent het, dat Beethoven's vrienden hem niet weerhouden hadden, dit werk, dat toch blijkbaar van verzwakte scheppingskracht getuigde, uit te geven!

„Kwestie van smaak," zal misschien deze of gene zeggen, „en als zoodanig onschadelijk." Met uw verlof, als iemand zijn individueelen smaak tot uitgangspunt neemt voor een in het openbaar uitgesproken kritiek, en wanneer zijn oordeel, berustend op onwetendheid, althans op onvoldoende kennis van de zaak die- hij beoordeelt, met zekere autoriteit in een dagblad wordt neergeschreven, dan is dat in zooverre niet onschadelijk, dat de beoordeelde er door benadeeld wordt, althans voor het oogenblik; op den langen duur kan natuurlijk de kritiek de waardeering van de meesterstukken der kunst niet tegen houden.

Dit laatste hebben wij, behalve aan Beethoven, ook aan Richard Wagner gezien. Gedurende zijn leven heeft de kunstkritiek zich op onrustbarende wijze ontwikkeld. Wat in Beethoven's tijd nog bijna uitsluitend het werk van de

Sluiten