Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

297

er echter toe gevoelens van piëteit voor hartstochtelijke liefde uit te geven. Zoo weinig er te zeggen valt tegen de stille vereering voor een groot mar;, zoo bedenkelijk en onzinnig moet de poging schijnen om het levenlooze voor levend en het leven zonder invloed voor almachtig te verklaren, Mozart leeft niet meer onder ons. Dat heeft reeds Goethe juist ingezien. In Eckermann's gesprekken vraagt hij: „Ist denn Mozart popular? Und verhalt sich nicht die Welt gegen so grossen Quellen überschwenglichen geistigen Lebens überall nur wie Naschende die froh sind, hin und wieder einiges zu erhaschen?"

Naar aanleiding van die woorden vraagt Zschorlich: Wat geeft het of een aantal schrijvers over muziek en muziekgeleerden met alle geweld den stroom van onzen tijd naar Mozart willen terugleiden. Kan men met woorden den loop van een stroom in een bepaalde richting sturen? Wanneer Breithaupt in een opstel (Die Musik): Mehr Mozart, meent, dat het een erfelijke volksfout der Duitschers is, dat zij een sterke neiging tot harmoniek bezitten en daarom niet meer zooveel van Mozart houden, dan stelt hij de feiten der geschiedenis geheel ondersteboven. Want ik zou niet weten hoe hij die neiging in den tijd voor Bach kan verklaren, wiens polyphone kunst juist het tegendeel getuigt. Deze neiging tot harmonie heeft zich eerst met Wagner's verschijning sterk geopenbaard. En pas van dien tijd af dateert het zich afwenden van Mozart.

Zelfs daar waar Mozart wordt gecultiveerd, is het vaak treurig gesteld met een juist begrip. Om de muziek van Mozart, voor ons gevoel meer toegankelijk te maken, heeft men hier en daar beproefd de instrumentatie te verbeteren. (Hier wordt ook gewaagd van de veranderingen die Willem Kes in de instrumentatie der symphoniën van Beethoven heeft trachten te brengen). Toen „Die Zauberflöte" in 1835 te Parijs werd gegeven, zijn reeds instrumentale wijzigingen aangebracht die, volgens Berlioz (gesammelte Schriften, Breitkopf und HartelBund IX, blz. 39) wel eene verminking van het origineel beteekende, doch die bewezen dat men de instrumentatie van Mozart niet meer aan het publiek durfde te laten hooren.

Deze redeneering gaat voorzeker niet geheel op. Wat in onzen tijd het schadelijkst werkt bij uitvoeringen van Mozart's werken zijn de veranderde verhoudingen van ruimte en instrumentale bezetting. Eene opera van Mozart in de groote zaal der Parijsche Opera is reeds iets onmogelijks, en het is juist Berlioz die er op gewezen heeft dat niets schadelijker is voor het contact tusschen de uitvoerders en toehoorders dan een te groote tooneel- of concertzaal. Het hypnotisch rapport tusschen den uitvoerder en den hoorder gaat geheel verloren. Wanneer men Mozart kan genieten in een kleine opera- of concertzaal met een sobere bezetting van strijkinstrumenten, dan kan men wel degelijk oprecht genieten van diens meesterwerken. Dan is er geen kwestie piëteit met liefde voor zijn werken te verwarren, dan kan men er geheel in medeleven, al waren

Sluiten