Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

321

en zelfbeheersching dan vroeger opgemerkt, en voor hem zal deze uitvoering een groote voldoening zijn, want niet alleen heeft hij een kring van voortreffelijke krachten om zich weten te scharen, maar, hij heeft er ook iets mede weten te bereiken dat aan hooge eischen voldeed.

Zooals gezegd is — de herleving dezer Mis en de wijze waarop zij tot een geheel is bewerkt, kan ons maar tot zeer matige geestdrift stemmen.

Wel vinden wij hier kooreffecten, zooals ze zelfs niet in het Bequirn voorkomen, vooral bij de vijf- en achtstemmige koren, doch dat die koren de groote Missen van Bach en Beethoven zouden nabijkomen — zooals Schmitt in zijn voorrede beweert — achten wij niet juist en waar wij zooveel van Mozart bezitten dat uit één stuk is, zal dit werk weinig tot verhooging van diens roem bijbrengen. Doch als vertolking heeft deze avond veel genot geschonken en dat achten wij het gewichtigste dezer uitvoering.

Wij achten de wijze waarop ontbrekende deelen der Mis zijn aangevuld met andere stukken een ws-bruik en dus zij er sterk op aangedrongen dat wanneer weer eene uitvoering van dit werk wordt voorbereid men alleen die deelen laat hooren die Mozart voor zijn C-moll Mis componeerde. Want juist het volledige waarop Schmitt zich nu met trots beroept is een nadeel en geen voordeel.

v. M.

Leiden. De maanden Mei, Juni en Juli zijn in steden als de onze altoos arm aan muziekleven, alsof de smaak voor muziek, althans voor concertbezoek, uitsluitend in duisternis kan bloeien. Immers hoe langer de zon aan den hemel blijft staan, hoe moeilijker het wordt de menschen naar de concertzaal te lokken. Zelfs het koude voorjaar heeft op de traditie geen invloed gehad, de enkele concerten die gegeven werden, waren en bleven slecht bezocht.

Door eenige Leidscbe muziekliefhebbers aangezocht hebben de heeren van het Haagsche Toonkunstkwartet met den Leidschen pianist S. van Groningen den 2en Mei j.1. een soirée gegeven, die door belangstellenden en invités goed bezocht was.

Hoe zeer uit de werken: Beethoven op. 18 No. 5 en Dvorak op. 96 (het Negerquartet) bleek dat de heeren Hack, Voerman, Isterdael en Verhallen, uitnemende musici zijn en zouden doen vermoeden dat zij een voortreffelijk ensemble moeten vormen, toch dwingt dit samenspel niet zoo bij voortduring de bewondering van den toehoorder af, als het ensemble der groote meestér-kwartetten, die jaarlijks in ons land hunne triomftochten uit het buitenland komen houden. Waar het Nederlandsche kwartet (Chr. Timmner c.s.) — hoewel reeds, (dank de persoonlijkheid van de eerste viool) in meerdere mate dan het Haagsche — evenmin die geestdriftige bewondering ten deel valt, die aan het Parijsche quartet, de Bohemers, Prof. Rosé en zijn partners enz. enz. geschonken wordt, zou men geneigd zijn hier naar een specifiek Nederlandsche fout te zoeken. Het wil mij voorkomen dat men bij dat zoeken inderdaad twee oorzaken ontdekt die de mindere sympathie van onze Hollandsche executanten verklaart. De eerste reden schuilt bij het publiek: hoe verder een combinatie uit den

21

Sluiten