Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SPORT IN BEELD.

22

Nederland''s kansje.

Het spel gaat beginnen — wij waren bereids Heel pienter aan 't organiseeren.... Het stadion rees, onder Amsterdamss rook, Een keurig gewrocht — maar nu zorge men ook, Dat Holland hier straks triumfeere!

Met Holland bedoel ik noch Wils of Scharroo, Coblijn of Van Rossem of Waller.... Die werkten al hard — nee, 'k bedoel hier nu mee Dien drom van athleten uit dit land aan de zee — Als die niet iets winnen, wordt 't maller!

Ze snoepten aan Schelde wèl prijsjes soms weg, Het rood, wit en blauw ging naar boven — Maar toont thans de wereld: al bouwen we best, Er is nog een and're ,een „sportende" rest, Maakt heusch, dat de lui dit gelooven!

En als ik nu loer en ik kies dan m'n man, Die wellicht eens zoo'n prijsje kan winnen, Dan lijkt het me goed en niet f arrogant, Met dezen zoo snellen en Haarlemschen kwant, Van den Berge, maar eens te beginnen. . . .

Je bent nu al jaren en jaren een crack, Kampioen op de twee honderd meter — Vertel me, wie is in deez' lage contrei Op d'honderd zoo goed en zoo spoedig als jij, Of — parbleu — welk athleet is er beter ?

De beide records, ze staan op je naam —

Ja, je hebt nog geen Baddoek geslagen;

Maar 't scheelt niet zooveel, 't is 'n luttel verschil,

En als jij maar oefent, vooral met wat wil,

Dan komt ie, de dag van je dagen!

Je klopte toch Houben, je tijden zijn best —

Je heet niet voor niets Van den Berge;

Al win je geen eerste, geen tweede, mij goed,

Maar 'n derde, m'n jongen, dat hoort zoo, het moet

En anders — dan zul je ons. . . . tergen.

Dus, brave, geoefend, en danig van start!

We reek'nen op jou, ja, we hopen. . . .

En ik hoor 't al zeggen, ver over de grens:

De Spelen in Holland, 't was alles naar wensch —

Maar 't béste: die lui daar.... ze lóópen!

Breêro Fils.

B

7~\

tic a JDvac.

Van den, een dezer dagen overleden, Engelschen staatsman Lord Oxford, meer bekend onder zijn eigen naam Asquith, verhaalt men, dat hij, tijdens zijn studie-tijd op Balliol College te Oxford, niet.... cricket speelde, noch roeide. In zijn vrijen tijd speelde Asquith hoogstens een partij'tje schaak. Welk zich onthouden van de populaire Engelsche studenten-sporten een ongekend iets voor een Britschen ,^lokkenden" jongeling!

Arne Borg, de vermaarde Zweedsche zwemmer, kreeg aanvankelijk les van Sixtus Johansson, dien men den bijnaam van „Tus" had vereerd. Arne bleek inmiddels een eigenwijs joggie. Althans volgens Tus! Hij volgde nl. niet de methode, welke den leermeester lief was. Zoo moest de bom wel eens barsten. En.... barstte! De algemeen erkende zwem-expert nam op een goeden dag Arne terzijde, wilde hem een pak rammel verstrekken, hetgeen inmiddels mislukte, maar had toch gelegenheid om het volgende te zeggen: „Niet omdat je 'n weerbarstige vlegel bent, laat ik je schieten, want van zulke kereltjes heb ik er al zooveel klein gekregen, maar omdat je de onverbeterlijkste jongen bent, die ik ooit heb ontmoet". En met stentor-stem riep Sixtus Johansson dit verbijsterende uit: „Je zult nooit behoorlijk leeren zwemmen!" Ondanks dit feit, en niettegenstaande men Arne een „min oorlogskindje van 54 KG." hoonde, won de jonge Zweed al op achttien-jarigen leeftijd het kampioenschap der Zweedsche juniores over 500 M. vrijen slag. En dat hij later werkelijk „zwemmen" kon, wij behoeven het hier heusch niet te vertellen.

Mr. C. P. van Rossem heeft eens een alleraardigst boekje „Hoe leer ik skiloopen" geschreven. In den aanvang zegt hij dit: „De ondervinding heeft mij geleerd, dat er betrekkelijk weinig menschen zijn die datgene verrichten wat met den naam van ski-loopen mag worden betiteld. Bij de meesten die zich 's winters de houten

latten onder de laarzen binden, skiën de ski's maar niet de ski-loopers. Het is er mee als met den man die nooit in den zadel heeft gezeten. Zet hem op een schrikachtig paard, schiet een revolver af en kijk nauwkeurig wat er nu gebeuren gaat. Het paard gaat er van door; het ongeluksmensch grijpt zich als een wanhopige aan de manen vast.... En als ge vijf of tien minuten geloopen hebt, vindt ge hem in het zand terug. Zoo is het ook met het gros der vacantie-ski-loopers. De ski's nemen een vaartje, slaan op hol, rennen onder 'm uit.... En als ge een minuut geloopen hebt, vindt ge hem in de sneeuw terug."

Het eerste Nederlandsche voetbal-elftal speelde dd. 6 Februari 1894 zijn eersten internationalen wedstrijd, en wel tegen de Engelsche club Felixtowe, welke combinatie met 1—0 zegevierde. Scheidsrechter was de heer L. J. Wijnands, die niet, gelijk heden te doen gebruikelijk is, in kort jasje en kort pantalonneke, op voetbal-schoenen, rond-dribbelde, doch een demi aan had en op z'n lokken een onvervalschten kaas-bol. In dit eerste Nederlandsche elftal speelden o.m. mee: J. W. F. van den Bosch, K. Pies, N. J. Kampers, H. Menten, later zeer bekend in de Zwitsersche wintersportwereld, S. W. Tromp, J. C. Schröder, de tegenwoordige Barbarossa, F. Kampschreur, een industrieel van naam, J. Timmermans, L. Weinthal, de eigenaar van de, eveneens bekende, Rotterdamsche sigaren-fabrieken, J. H. Meijer en J. Kan, tegenwoordig Mr. J. Kan, die thans in het bekende Torentje in Den Haag gevestigd is, of reist, in elk geval met „Excellentie" wordt aangesproken. De heeren zagen er niet alleen jong, maar ook vreemd uit. Een costuum voor het nationale elftal immers bestond nog niet, en de sportsmen kwamen in hun club-kleuren uit. Het warrelde je voor de oogen van al die tinten. Maar „voetballen" konden ze desondanks! Volgens insiders nog béter voetballen dan de cracks van tegenwoordig! Is dit juist, dan gaat het gezegde „de kleeren maken den man" ten opzichte van bal-trappers niet op.

Van der Wolk en

de Olympische Spelen.

Nee, nee, onze oud-international op voetbal-gebied, Piet van der Wolk, de man, die van 1910 tot en met 1919 in het Nederlandsch Elftal speelde, en o.a. den vermaarden Holland-Engeland-wedstrijd meemaakte, die den landgenooten de eerste zege over de Britsche leermeesters bracht (24 Maart 1913), Piet van der Wolk maakt geen deel uit van het nationaal team, dat tijdens de Olympische Spelen den strijd met de buitenlanders zal aanbinden. En tóch heeft Piet van der Wolk nauw contact met de Spelen. In zijn hoedanigheid van directeur van Heck's Lunchrooms, die, zooals men weet, de Stadion-buffetten hebben gepacht tijdens het evenement van dezen zomer! Het is een aardige samenloop van omstandigheden, dat

V. d. Wolk als voetballer!

juist de leiding van dit voornaam onderdeel — de liefde gaat door de maag naar het hart, dus ook de noodige animo voor de Spelen — bij een pursang sportsman berust. Van v/elk leuk feit wij hier gebruik maken door het te memoreeren, in gezelschap van een kiekje van Van der Wolk, toen hij nog niet voor gebraden kuikentjes zorgde, maar voor gefokte goaltjes. Wat het meer culinaire gedeelte betreft, wij zullen nog wel in de gelegenheid zijn, hierop terug te komen, geruimen tijd vóór den aanvang van de Olympische Spelen. De vuren zijn nog niet heet.

Dat kunnen we nu al wel zeggen: er komen 2 restauraties (koud buffet), elk enkele honderde M2. groot, dan 2 zeer flinke buffet-ruimten onder de zg. eere-tribune, een restaurant van 1200 M2., waar lunches en diners worden geserveerd, tot slot een aantal kleinere buffetten in het Krachtsport-gebouw, de Scherm-zaal enz. In elk geval een grootsche exploitatie voor de Olympische Spelen!

Sluiten