Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7

SPORT IN BEELD

(achter), Arn. Hörburger, de Korver en Bosschart (midden), J. H. H. Kessler, Thomee, M. Francken, Lutjens en Welcker (voor).

En thans ? Wij herhalen slechts, hetgeen onze voetbal-medewerker de vorige week schreef: na de Zwaluwen-overwinning op de Belgen, die dus vrij zwak bleken, zijn deze Belgen des te gevaarlijker. Oppassen is dus de boodschap. De tanden op elkaar! Fiks er op los! Spelen! Doorzetten! En.... scoren!

Is sport ongezond?

Destijds is in de „Medical Record" een statistiek over wedstrijd-roeien verschenen. Hierin werden 152 wedstrijd-roeiers vermeld, die tusschen 1852 en 1892 in races waren uitgekomen. Van deze sportsmen waren er slechts 2 aan hart-ziekten en 1 aan tuberculose gestorven. De ruim 800, in de jaren 1855 tot 1895 getrainde, Yale-studenten leverden in 50 jaar slechts 4 hart-lijders op, van welken 2 ouder waren dan 68 jaar. Dus gunstig!

Watjmen niet vaak ziet, maar wat toch een dezer dagen te St. Moritz te zien was.

Portretten met de lens en met de pen.

X. Harry Denis.

Harry Denis, eigenlijk gezegd H. L. B. Denis, die dd.ft28 Augustus 1897 te 's-Gravenhage geboren werd, is de voetballer van het tegenwoordige Nederland. Er hebben heel wat goede spelers op onze velden gespeeld. De categorie van Willem Hesselink tot Welcker, van Jules van der Linden tot Huug de Groot — om enkele polen te noemen — is zeer uitgebreid, tè uitgebreid om haar hier volledig op te sommen. Maar boven deze namen stralen

de namen van slechts enkele gróóte uitblinkers uit. Een zoodanige was Göbel, en dit kwam door zijn voornaam voetbal-talent, dat een internationale reputatie genoot. Zoo een was de Korver, niet zoo geniaal in zijn voetbal-spel als de Arnhemmer, maar populair vooral door zijn fair optreden, zijn stuwkracht in de teams, zijn vaderschap over de ploeg, waarvan hij captain was. Als derde kan men direct Denis noemen, een speler m;t buitengewone capaciteiten, sportief tot in zijn nerven, en eveneens de leider van een combinatie. Harry Denis heeft er voor gezorgd, dat er na Göbel en Bok nög zulk een populaire kwam. De vraag van het oogenblik luidt: wie zal Denis', wie hun aller opvolger zijn?

Denis, alhoewel Hagenaar, heeft zijn eerste bal-trapjes in Indië gedaan. Toen Harry nog 'n baby was, verhuisde de familie naar den gordel van smaragd, en daar bleef hij tot zijn 13de jaar. Die eerste baltrapjes waren inderdaad hoogst primitief. Men speelde nl. voetbal op het Waterloo-plein van Batavia. Maar daar is Denis toch ook nog lid van Oliveo geweest.

De verdere Hollandsche loopbaan van onzen sportsman is ras verteld. Op de Haagsche H.B.S.! Piou-piou. . . . kuch en de stroozak! Naar Delft als student! En eindelijk het fel begeerde: den titel van ingenieur! Dat was in 1926. Tegenwoordig, sinds 1 Februari, is Denis als ingenieur tijdelijk verbonden aan de Artillerie-inrichting aan de Hembrug.

In 1911 werd de, toen dus 14-jarige, sportsman in den dop lid van H.B.S. Daarvoor was hij één jaar lid van een voetbal-organisatie op Duinoord, nl. D.V.V., geweest. De promotie in de voetbal-gelederen van H.B.S. was schitterend. Het eerste jaar speelde Harry in het 3de elftal, maar in datzelfde seizoen kwam hij ook al bij sommige wedstrijden als invaller in de eerste ploeg uit. Om gestadig onder de „primi inter pares" te spelen, was hij, als jongske, nog te licht. Die toetreding tot de beste rangen geschiedde in 1912, en toen definitief. Aanvankelijk speelde Denis in de voorhoede. Toen in 1915 H.B.S. verschillende backs verloor

door vertrek naar het buitenland, kwam Harry op een der achterplaatsen te staan.

In 1919 debuteerde de Haagsche crack op internationaal gebied. Het was tijdens den wedstrijd Nederland—Zweden, en dit begin was ook in zooverre zonnig, dat de landgenooten met 3—1 wonnen. Ongeveer een jaar voor de Parijsche Olympische Spelen 1924 koos men Denis tot aanvoerder van het Nederlandsche Elftal, en dat dit een gelukkige keuze is geweest, de praktijk heeft het bewezen. De Hagenaar toonde zich naast een voortreflijk speler een waren vader voor zijn elftal, iemand met menschenkennis, met „savoir vivre", die deze eigenschappen ook op dezen sportieven werkkring toepaste. Hij heeft er pleizier van beleefd. Dat de geest in de oranje ploeg zoo uitnemend is, het is voor een groot deel aan zijn tact, aan zijn moreel overwicht te danken. Trouw is Denis al die jaren op zijn post gebleven. Hij speelde reeds 44internationale wedstrijden, en Zondag vieren wij zijn 45ste.

— Ja! Hoe komt een mensch er eigenlijk toe, tot zoo'n aantal ? — lachte Denis, toen hij deze revue nog eens door zijn geest liet passeeren.

— Enne — vroeg ik — hebt u in die periode nog tijd en gelegenheid gehad voor andere sporten ?

ja) tennis! — luidde het antwoord. — Maar het is, als je voetbal

speelt, te vermoeiend om je daarop ook nog goed toe te leggen. En voort-bordurend op dit stramien, verklaarde Denis verder:

— 's Zomers doe ik aan geen enkele sport. Zelfs niet aan athletiek! En ik doe dat uit 'n bijzondere overweging. Houd je 's zomers niet voldoende rust, dan heb je heel het volgend seizoen daar last van. Dat kan ik trouwens aantoonen. Je hebt 'n hoop clubs, bv. V.U.C. en A.D.O., die den heelen zomer doorspelen, en ze vallen tegen het einde van het seizoen altijd af. De menschen raken er beu van....

— Hoe is nu uw training ?

— Als ik train, oefen ik me gewoonlijk niet in... . voetbal. Ik sprint, en train op Ausdauer, ook met hardloopen. Wat het voetbal betreft, is elke week 'n match voldoende. De sprints, die ik maak, zijn dan heel kort. Niet langer dan 'n meter of dertig, veertig. Rooken doe ik vrijwel niet. Heel af en toe! Dat is 't meest fnuikende, wanneer je flink aan sport doet. Dat kan het lichaam, het hart niet verdragen.

— U hebt me daar straks verteld, dat u eerst vóór speelde, pas later achter. Gelooft u, dat je als voetballer voor een zekere plaats in het elftal geboren bent ?

— Nee, dat geloof ik niet. Ja, je hebt eigenlijk twee categorieën spelers. Menschen, die door hun speelwijze overal kunnen spelen'

Sluiten