Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SPORT IN BEELD.

14

kiel aan 't groote wiel draaide. Evenmin, dat ferme jongens, stoere knapen daar suffend staan, of dat de poort in naam van Oranje open moet, of dat de blanke top der duinen schittert in den zonnegloed! Het eenige, dat we nog kunnen neuriën of brullen, is ons nationaal kaap-lied, dat van Piet Hein, en dan komen de zangers nog eenige maten achter de muziek aan-balken of zijn de muziek meters vooruit. De massa is alleen goed om los te knallen in het, overigens zeer schoone, hos-deun van den moed, dien men er in moet houden, of van de klok, die men moet laten luiden. Geeft ons de marschen, de pittige marschen van een fanfarekorps! Op dat rythme galmen we niet mee, stampen we onze voeten.

Vóór de groote match aanving, bood de captain van het Belgisch elftal, Dr. Swartenbroeks, die zelf eerst gelauwerd was door Ir. Kips, den aanvoerder van ons team, Harry Denis, een bloemstuk aan. Achter Dr. Swartenbroeks ziet men den Engelschen scheidsrechter Crew, die den wedstrijd leidde. Verder de twee grensrechters, die Mr. Crew assisteerden !

En vooral bij zoo'n vinnige kou als er nu prikte, komt dat van pas.

Ja, het was rilling-verwekkend in ons Stadion, dezen Zondag, dat de Belsen verschenen. Desondanks was dit Stadion als een sardine-blik zoo vol, en zelfs de enthousiast, die altijd in den vlaggestok op een der torens klimt, zat in het hout, of. . . . zat er aan vastgevroren. Ondanks de vinnige sneeuw-striempjes was ook de hysterisch gillende fuffrouw in dit Stadion, en ze zat natuurlijk vlak naast ons. Ze kermde haar „hoera".met meer aanstellerij dan met oprechte emotie, wanneer Tap den bal had en op Caudron afstormde. Dat hebben de tegenwoordige voetbal-matches vóór. Uit een oogpunt van massa-beweeg, van psychologie dier massa zijn ze interessanter geworden. Het publiek herinnert ons altoos aan verdwaasden, die maar in zich zelf zitten te mompelen. Alleen — het mompelen is hier krijschen, luid verwenschen, luid gemopper, dat toch niemand anders verstaat als de krijscher, verwenscher, momperaar in kwestie.

Toen begon het. De verkleumde eerewacht van zebra'tjes duikelde binnen. De fanfare stond toeter-klaar. De lensen waren gericht als mitrailleurs. Daar kwam Swartenbroeks. Alléén! Was dit toeval of regie ? Intusschen, vader Kips stevende op hem toe, liet een lauwerkrans aandragen, men zag in de verte zijn lippen bewegen, de lippen van den man, die z'n 50ste speelde, bewogen ook, en even later keek het leutig gelaat van den „doctor" tusschen de laurier-blaren door. Het publiek juichte. De muziek speelde, dat ie lang zou leven. En met deze blijheid liep Dr. Swartenbroeks' huldiging af. Wij wenschen hem in België wat meer spontaniteit, en daaraan zal het in eigen land gewis niet ontbreken.

Vervolgens het gewone recept! Alleen.. .. Denis leidde ditmaal zijn ploeg niet de arena binnen. Bibber-mannetjes en ril-vrouwtjes dachten al, dat de „ingenieur" de brug niet naar de overwinning zou kunnen bouwen. Het viel mee, en even later had onze captain al z'n toss gewonnen.

Over den wedstrijd zélf schrijft onze speciale medewerker voor voetbal. Steller dezes heeft niet al te zeer genoten van het spel. En hij scheen veel geestverwanten te hebben. Natuurlijk — toen Holland doelpuntte, kraaiden de Hollanders van genoegen, en keken de Belsen sip. Toen België scoorde, gilden onze zuidelijke broeders, en lachte de Hollanders als de bekende boer, die tandpijn heeft. Daarmee was het vrijwel uit. Men vroeg malkander na afloop niet, likkebaardend: hoe vond je de mets ? — men vroeg het elkaar hoofdzakelijk: hei je 't niet koud gehad? En dat hebben we. Na 't einde is er heel was koffie over de, door den wind verruwde, lippen gerold, en onze nationale trots groeide bij de gedachte en door de realiteit, dat Schiedam binnen onze grenzen ligt.

Na dit „babbeltje vooraf" is th ans het woord aan onzen expert!

Sluiten