Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SPORT IN BEELD.

2C

Het Amerikaansch blad „The Evening World" bracht onlangs bovenstaande serie teekeningen, die een aantal vreemde wijzen weergeven, waarop de knock-out bij bokswedstrijden werd toegebracht. 1. Bij de match b.v. tusschen den neger Sam Langford en Lester Johnson ranselde de zwarte op Lester Johnson's ruggegraat, en scheurde een zijner ooren. 2, Een vroegere tegenstander van Berlenback kreeg de genadeslag zoodanig, dat hij tusschen de touwen bleef hangen, en aldus werd uitgeteld. 3. Bij den kamp tusschen Wolgast Rivers ging het nóg gekker toe, en beide boksers sloegen elkander knock-out. waarbij de referee een der rivalen moest opvangen. 4. Tijdens de match tenslotte tusschen Jack Dempsey en Bill Brennan werd door een der geweldige slagen van Dempsey het been van zijn tegenstander gebroken, d.w.z. Brennan kreeg deze fractuur natuurlijk tijdens zijne tuimeling na Jack's afstraffing. Men noemt boksen, ook dit boksen, hetwelk heel iets anders is dan het amateur-werk, wel eens „the noble art of selfdefence". Jawel, maar ook de edele kunst van

WATONZELEZERSWENSCHEIS!

Grosz-Flottbek 12—2—'28.

De Daitschers en de Hockey-sport.

Om maar meteen met de deur in huis te vallen, lezer, wil ik beginnen te zeggen, dat wij achter zijn, verre ten achter! Laten we ons nu niet verheugen op een gelijk spel tegen België of een overwinning op de zoo gevreesde Britten, die door ons onverwoestbare enthousiasme bevochten zijn, maar laten wij de zaak eens dieper bekijken! Waar de oorsprong zit van dit achter-zijn!

Ik woon op het oogenblik in Hamburg, beoefen dus ook de hockeysport van Hamburg, en die is een heel.... heel andere dan die van Amsterdam of den Haag. Mijn club is de Grosz Flottbeker Hockey- en Tennisclub. Het aantal leden bedraagt bijna zeshonderd, en er is één man, die de „zaak" gaande houdt. Een trainer! Welke hockey-club in ons vaderland heeft een trainer ? Eén, die er bij is met hart en ziel, die z'n jongens, zonder te dwingen, drilt, die de vader is van die groote familie ! Ja, familie, kun je dat gerust noemen, want zoo'n prettigen geest onder elkaar heb ik in Holland nog niet aangetroffen.

We hebben een clubhuis. Een gezellig ingericht clubhuis met

een uitstekende ping-pong-tafel! 's Avonds is daar meestal Hochbetrieb, worden de kansen besproken, de Torverhaltnisse bestudeerd. Denkt u zich, lezer, een club met vijf Herrenmannschaften, met drie Damenmannschaften en met nogmaals vijf Knabenmannschaften! En dat traint en oefent zich onder de uitstekende leiding van den Heer Ungefroren. Wij, in Holland, hebben niet zoo'n clubgeest, wij turnen niet twee avonden in de week, wij schrijven geen clubkrant, waarin melding wordt gemaakt van spelers, die zeer hebben uitgemunt, hetgeen dus bij de anderen het

1) Thans toch een 2—o overwinning op de Belgen! (Red. S. i. B.)

streven opwekt om ook genoemd te worden. Eiken Donderdagavond bv. wordt hier, bij electrische booglampen, speer en discus geworpen en kogelgestooten. Ieder liefhebber krijgt een boekje, waarin de trainer zijn vorderingen boekt.

Dat kennen wij niet, en dat moet het bij ons ook zóó worden. Ik heb gespeeld tegen Uhlenhorst, Klipper, Alster enz., en dat zijn alle clubs, die nog veel grooter zijn dan de onze, die een geweldige speelsterkte hebben. Ik voel veel voor ons enthousiasme, zelfs heel veel, en het spel van de Duitschers is ook wat koud, maar hun techniek is geweldig. Ik zag den wedstrijd tusschen Uhlenhorst en Leipzig (3—2). Ik heb genoten, niet van het enthousiasme, maar van de techniek, van hun „Stockfertigkeit".

Lezer, ik ben geen bepaalde germanophile, maar eere, wien eere toekomt, en vooral in de sport. Ik wil niet eens zeggen, dat die Grosz Flottbeker Hockey- en Tennisclub „hervorragend" is. Integendeel! De eerste Herren is bepaald zwak en verre van kampioen van Hamburg. Neen, maar de geest om te trainen is er, en dat helpt veel, al is het dan niet dadelijk, dan toch zeker op den duur. Heel anders is het met onze Knaben I. Driedubbel kampioen met een Torverhaltnis van. . . . 59—10.

Ik ben geen eerste klasse-speler, ook geen tweede klasse, maar ik heb oogen in m'n hoofd, die kunnen zien, waar het mangelt. En bleef het dit jaar bij een 3—0 nederlaag. ... als we zoo doorgaan wordt het erger, veel erger zelfs. De Duitschers gaan vooruit en wij staan stil.

„Ja, de clubs hebben geen geld genoeg" — zult ge misschien antwoorden. Dan moet er propaganda gemaakt worden of „Eintrittsgeld" geheven worden, zooals hier. Het eerste jaar 200 M., de volgende jaren 100 M.!

Want gaat het zoo door, dan gaan alle landen ons over den kop, dan zullen we nederlaag op nederlaag moeten lijden, want ik ben er nu al zeker van, dat geen enkele club uit Holland, hetzij H.O.C., H.D.M., Bloemendaal, Amsterdam of Hilversum, tegen één van de Hamburgers een kans heeft. Ze bijten hier allen in het zand. Daarom, voorwaarts! Laat u niet verslappen door de gedachte: „och, het duurt toch nog zoo lang voor we succes hebben." Het succes zal komen, indien er geoefend wordt, niet door „goaltjes te schieten", neen, door onder leiding van een vakman inzicht te krijgen. H. L.

Sluiten