Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SPORT IN BEELD

26

(Vervolg.)

Een halfjaar voorspoed....

Het vorig hoofdstukje eindigde met Carpentier's nederlaag tegen Young Snowball. Ja, ook het leven van een jeugdigen bokser is niet altoos rozengeur en maneschijn. Carpentier heeft er in een van zijn latere geschriften eens danig den spot mee gedreven, dat de menschen maar meenden, dat hij een-twee-drie een rijk pugilist was geworden. Georges schreef dit: „Het is zeer moeilijk gegaan, en tijdens mijn leerjaren ben ik niet alleen vaak ziek geweest, maar.... heb ik ook vaak honger gehad!"

Toch is de periode, welke ik thans beschrijf, een zeer zonnige voor den comingman geweest. Hij kende in die maanden louter zegepraal. Van 6 Juli 1910 (zijn „match nul" met Paul Til) tot 27 Januari 1911, toen Henri Piet hem klopte, kon men slechts overwinningen voor Carpentier noteeren, waaronder 7 door knock-out.

Ja, die match met Til eindigde in een draw. Til nl„ die eveneens in de vedergewicht-klasse was gekomen, wenschte zijn superioriteit over Georges te demonstreeren. De kamp vond dd. 6 Juli plaats. Carpentier met zijn licht, soepel, zelfs elegant spel, had al ras een meerderheid ten opzichte van den tegenstander, maar hij bracht deze toch geen enkel oogenblik in gevaar. Inmiddels wekte de beslissing van den scheidsrechter vrij algemeen verwondering. Men was van oordeel, dat de „Lensois" op punten had verdienen te winnen.

Hoe ouder Carpentier werd, hoe meer zijn gewicht toenam, en zoo ging hij al fluks tot de „catégorie des poids légers" over. Maar het succes blééf, gelijk opgemerkt. Dd. 17 Juli 1910 moest Baelen na 2 ronden het onderspit delven, en dd. 13 Augustus ging Cuny er nog eens aan, waar de scheidsrechter in de achtste ronde blijkbaar medelijden had met den, met bloed overdekten, Cuny, en het gevecht staakte.

Nadat hij nog dd. 5 September te Cambrai den Noordelijken kampioen Achille na 5 ronden den knock-out had toegediend, kwam Carpentier dd. 15 October tegenover Percy Wilson te staan, en ook deze werd na 10 ronden op punten overwonnen. Descamps vond deze match een keerpunt in de loopbaan van zijn poulain. Georges was nog altijd in zijn gevechten min of meer jongen. Nu bleek plots de man uit hem gegroeid. Sinds dien avond kon men den Franschman beschouwen, zooals de leermeester 't uitdrukt — „comme un boxeur de sangfroid, extrêmement scientifique".

En steeds volgen méér successen!

Nu komen drie Britsche pugilisten opdagen, omdat zij gehoord hebben ran het Fransch phenomeen, omdat zij dezen uitblinker den kroon van het hoofd willen rukken. Vruchteloos echter!

De eerste van bedoeld driemanschap was Jim Campbell, die Carpentier dd. 22 October 1910 in het „Wonderland Francais" bestreed,.maar na 5 ronden alweer moest opgeven. Toen lag de arme kerel op den grond uitgestrekt. L'Auto, het Parijsch sportblad, beweerde, dat Carpentier nog nooit zoo brillant was geweest als op dezen avond, waarop hij een tegenstander ontmoette, die, wat athletischen lichaamsbouw aangaat, de gelijke was van den Franschman.

De tweede der Engelschen was Young Williams. Hij kwam dd. 6 No¬

vember te Arras teneinde de kracht van Georges' stompen te ondervinden. Na 7 ronden was het ook met hem gedaan. Alweer de knock-out! De verslagen waren als steeds koekoek-eenzang. Een snelle, machtige, tot het einde frissche Carpentier, die over een musculateur beschikte, zooals slechts weinig jongens van twintig jaar bezitten. En Georges telde 16 zomers....

Tenslotte de derde! Randall! Die liet zich niet zoo gemakkelijk in de luren leggen. Alhoewel de Franschman bijkans het geheele gevecht de sterkste was, kreeg de Engelschman in de 9de ronde een opleving. Een „uppercut" tegen de kaak! En daar lag me de knaap uit Lens. Hij stond echter terstond weer op, maar Randall had de open plek gevonden, en weer tuimelde Carpentier. Als een kemphaan sprong hij echter meteen weer op z'n gepeesde onderdanen, en op hetzelfde oogenblik nam hij weer het initiatiefin handen. In de 10de ronde kreeg de Brit een opdoffer tegen z'n neus. Hij rolde om. Maar. . . . staat waarempel ook weer op. Nog eens attaqueert Georges. Hup! Daar gaat Randall weer, en hij blijft nu 7 seconden gevloerd liggen. Nogmaals vindt hij evenwel de kracht om zich te verheffen, wil het gevecht vervolgen, maar de referee staakt den strijd, omdat het verder beulswerk bleek te zijn voor den moedigen Engelschman.

En verder gaat de zegetocht. Dd. 3 December 1910 kampt Descamps' poulain te Brussel tegen Demlen, en het heet in de officieele bokskranten-taal: „Carpentier écrase Demlen!" Het werd een „exhibition" van den Franschman. De Belg vermocht zich slechts te verdedigen. Tot de 10de ronde. Toen verklaarde de scheidsrechter Georges triumfator op punten. Dan komt hem dd. 17 December te Parijs Jack Daniels tegemoet, en na 10 ronden was ook deze Engelschman weer op punten geklopt.

Het jaar 1911 zet wederom met successen in. Hij had Oudejaarsavond bij zijn ouders te Lens doorgebracht, Carpentier, en het was dus voor hem een welkome gelegenheid om dd. 8 Januari 1911 in deze stad Brochet te ontmoeten, en na 7 ronden voor goed ter aarde te zenden. Zes dagen later stond de kleine duivel alweer in den ring te Parijs, waar hij Randall een revanche schonk, echter zonder resultaat voor dezen tegenstander, die na 5 ronden den knock-out ontving.

Tegenslag en voorspoed

Wij zijn tot de match genaderd, die de laatste van Carpentier was in de lichtgewicht-klasse, een kamp, die helaas op een nederlaag moest uitloopen. Henri Piet zou degene zijn, die even, slechts voor kort, een einde maakte aan Carpentier's schier onafgebroken triumfen. Op 27 Januari werd deze kamp te Parijs gehouden, en na 10 ronden was Piet tot triumfator verklaard. Volgens Descamps was zijn beschermeling werkelijk „légèrement inférieur". Carpentier geeft eveneens toe, dat Piet zeer fraai bokste en recht op de overwinning had. Slechts teekent hij aan, Georges, dat hij pijn aan zijn handen had. Een verontschuldiging !

Sluiten