Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SPORT IN BEELD. Gene Tunney en het Amateurisme.

Gene Tunney is, behalve wereldkampioen-bokser, ook journalist op z'n tijd. En hij schrijft wel eens interessante dingen. Hij wees er b.v. een dezer dagen op, dat na de Olympische Spelen te Amsterdam een algemeene, internationale opleving van de sport is te verwachten. De Europeesche uitblinkers bij deze wedstrijden zullen Amerika bezoeken. De Yankees, die excelleerden, gaan in de Oude Wereld op sport-bezoek. Moeten wij dan steeds hetzelfde geharrewar hebben als destijds met Nurmi, als onlangs weer met Peltzer ?

Tunney haalt een typische klacht aan van Billy Fawcett, die de captain was van de schuttersploeg, welke tijdens de Parijsche Olympische Spelen won. Op het laatste oogenblik verloor Fawcett een van zijn beste team-leden, omdat was komen vast te staan, dat deze de eigenaar was

28

van een ijzerwinkel in Minnesota, waarin hij ook wel eens geweren en patronen verkocht. Een andere schutter werd eveneens geëlimineerd, omdat hij ter voorziening in zijn dagelijksch onderhoud, op de jacht ging en het geschoten wild verkocht. Dus waren dezen professionals.

Als men dit staaltje goed analyseert, en men neemt aan, dat zich bijkans iederen dag dergelijke voorvallen kunnen herhalen, dan is het toch noodig, dat men duidelijke en scherpe voorschriften samenstelt inzake het amateurisme. Er zijn amateursregelen noodig van elke sport afzonderlijk, want een amateur-bokser kan men niet vergelijken met een amateur-golfer, noch een amateur-athleet met een amateur-tennisser.

Tunney ziet niet in, waarom amateurisme en professionalisme niet goed gescheiden kunnen worden, goed gescheiden kunnen blijven. Zoo men maar wetten voorschrijft, waaraan niet te tornen valt.

Wij hopen het met den wereldkampioen-journalist, maar wij twijfelen toch aan zijn menschen-kennis. De sport wordt beoefend door menschen.

IMIIlllllllIlllllllllllllllltllllllllllllllflinilllllllllUIIIIIIJIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIMlllllllllliliiitiiij!!!!,!,!!!!!!,,,,!!!!!,!],!,,

De Kunst en de Sport

De klacht is dikwerf gehoord, en ook in dit tijdschrift wel eens behandeld: de waarachtige kunstenaar gevoelt zich zoo zelden geinspireerd door de sport. Toch zijn er uitzonderingen, en deze gunstige en prettige excepties werden nog dezer dagen gedemonstreerd, toen bij Matthiesen in Berlijn een Manet-tentoonstelling werd gehouden. De bewijzen vindt de lezer hier naast. De illustraties werden door ons ontleend aan het Duitsche blad „Die Dame".

De bovenste foto is n.1. genomen naar het bekend schilderij van den Franschen kunstenaar „De Amazone", een doek, hetwelk zich momenteel in Berlijnsch privaat-bezit bevindt. De tweede illustratie is een reproductie naar een ander schilderij van Manet, dat zich eveneens in een particuliere collectie in de Duitsche hoofdstad bevindt. Uit beide kunstwerken blijkt volkomen, dat de Fransche meester toch gewis op de hoogte moet zijn geweest van de sport, van „la plus noble conquête del'homme" bovenal.

Edouard Manet's kunst was al hoogst veelzijdig. Wij zouden bijkans schrijven: grillig. En er dan aan toevoegen: even grillig als Manet's leven. Hij aanschouwde in 1832 te Parijs het levenslicht, en, waar hij zeeman wenschte te worden, vertrok hij op zijn 17de jaar aan boord van een zeilschip naar Brazilië. Na zijn terugkomst in het vaderland besloot Manet echter plots om zich aan de schilderkunst te wijden, en dit is maar zeer gelukkig geweest. Toen hij den 30sten April 1883 in zijn geboorteplaats overleed, was men al tot de overtuiging gekomen, dat Frankrijk in Manet een zeer voornaam en groot schilder had bezeten.

Wij noemden de kunst van dezen bijzonderen mensch veelzijdig en grillig. Hij vervaardigde n.1. even goed een portret van Zola als bier drinkende werklieden, even goed Chrisus en de engelen als zijn hippische croquis van de renbaan. Dat hij het paard, de hippische sport vereerde en liefhad, het is komen vast te staan door zijn vaardige doeken in dit genre, waarvan de hiernaast gereproduceerde schilderijen kostelijke specimen zijn.

Maar, geachte lezeres en lezer, waar . . . zijn de Manet's van den tegenwoordigen tijd ?

Sluiten