Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SPORT IN BEELD.

24

Portretten met de lens en met de pen.

XVIII. Wout Buitenweg.

De populairste voetballer van Nederland is op dit moment wel de Utrechtenaar Wout Buitenweg. Droom niet, lezer! Holland heeft in den Olympischen eind-strijd de'Argentijnen nog

niet geklopt, en dé slanke Wout heeft evenmin in dien titanen-kamp vijf goals gescoord. Zóó ver zijn we nog niet. En toch is hij de baltrapper, over wien men de laatste weken, maanden 't meest spreekt. Dat heeft Buitenweg aan de Technische Commissie te danken. Niet, omdat men hem terstond koos! Juist door het tegendeel! De Technische Commissie heeft van dezen voetballer een soort van sportieven martelaar gemaakt. Geen nationale voorhoede! Echec na echec! Echec zelfs bij overwinningen van voornoemde linie! En Buitenweg nog steeds in z'n sigaren-winkel aan de Utrechtsche Voorstraat! Niet in het veld! Het volk, het Nederlandsche volk begon om Buitenweg te roepen. Ziet daar z'n populariteit!

Juist in deze emotie-volle dagen ben ik eens met den eenvoudigen Wout gaan babbelen. Hij moest zélf maar eens vertellen, hoe dat alles zoo was gekomen. Ik vond hem bij zijn Karei-Eentjes en zijn Velasquez en zijn Victor Hugo's — en hoe die beroemde mannen, nee, siganders ook meer mogen heeten — en Wout was direct bereid, het een en ander los te laten. Hij deed dat sympathiek. Speelde niet den verongelijkte. Hakte al evenmin op het hoofd van de HH. Hirschman cum suis. Z'n pientere oogjes vonkten nog even leutig. En het eenige, dat je uit z'n ziel kon lospeuteren, was verwondering. Hij begreep er geen snars van....

In z'n gezellige huiskamer hebben we dan 'n pooske zitten babbelen. Een huiskamer, waarin het eerste frappeerde.... de kinderstoel. Want Wout is vader van 'n kleuter, en.... een trotsch vader. Laten we hopen, dat Wout junior een even goed voetballer wordt als papa, maar dat de Technische Commissie, die over een twintig jaar het selectie-werk verricht, hem aardiger zal behandelen!

We spraken....

— Vertel nou 's, meneer Buitenweg, wat is de reden van de heele geschiedenis ?

Hij lachte, want hij lacht bijna altijd. En z'n antwoord was daarom ook lachend-blij:

— Meneer, la'k u eerlijk zeggen, dat ik er niets van begrijp! Toen ze me voor den oefenwedstrijd in Rotterdam vroegen, wilde ik eerst bedanken. Ik was immers te oud. Dat beweerden ze óók. Maar meneer Schuitenmaker, de hoofd-commissaris hier, interesseert zich voor het geval, en die zei: jo, ga wel! Ik ben gegaan. Gelukkig maar! Want al heb ik, nou ik voor Hercules speel, ook niet meer zoo'n contact met de eerste-klassers als de meeste andere spelers, die voor zoo'n keuze in aanmerking komen, ik kon al gauw in Rotterdam concludeeren, dat ik nog voor niemand op zij behoef te gaan. Ik bedoel dan menschen als Tap, Kluin, Ter Beek en andere. En ik stond toch als vreemde, na zoo'n langen tijd van rust, tusschen verschillenden van die schavotspringers. Maar't contact was er heel gauw!

Wout Buitenweg.

— Zeiden ze óók, dat u te oud was ?

— Ja! En ik ben pas.... 34 jaar!

— En Willem Hesselink dan ? En Bok de Korver ? — interrumpeerde ik — Waren die dan soms ook te oud ?

— Ja! — gnuifde hij — En Verlegh dan ? Die mag nou wel niet spelen voor den dokter, maar die is toch al zes-en-dertig! Een smoesje

natuurlijk! Maar met dat al heb ik al van tevoren een soort van waarschuwing gekregen, dat ik. . . . te oud was om nog met de Olympische Spelen mee te doen! Ik schudde m'n hoofd.

— Ja! — liet Wout er op volgen — En als ik u nu zeg, dat ik me nog best in conditie voel. Dat kan toch ook niet anders. Ik ben geregeld in training, 's Winters en zomers! Ja, ik heb 't druk. Ik heb een werkkring, die veel tijd in beslag neemt. Ik ben bij de gemeente, en dan nog m'n sigaren-winkel! Maar er blijven toch nog altijd wel 'n paar uurtjes over om te oefenen. En dan, m'n heele leven is er op ingericht. Ik rook zelden. Ik drink niet, af en toe 'n glaasje, als er visite is, maar ik maak er absoluut geen gewoonte van. Wat willen ze meer?

— En uw mentaliteit zou niet deugen, hè, uw humeur ?

Z'n lachen werd nu uitbundig.

— Zooals ik u al zei, ik begrijp er geen sikkepit van. In 1926 dachten de heeren er blijkbaar anders over. Moet u weten! Ik ben toen erg ziek geweest. Maar ze wilden me na mijn herstel, tegen de Belgen, direct weer in het veld hebben. Ik zou met alle geweld spelen. Hoeveel telefoontjes en telegrammen ik toen heb gehad, je werd er gek van.

Iets kalmer vervolgde hij:

— Toen Juni 1926 in Kopenhagen! Ik mocht voor m'n dokter weer spelen. Ik heb gedaan wat ik kon, maar het lukte na die ziekte nog niet zoo bar. En ik speelde.... zonder 'n linksbinnen. Die kwam geregeld achter me aan pingelen. Toen heb ik wel tegen meneer Lotsy gezegd, dat ze Tap niet meer naast me moesten zetten, maar als ik daar geen recht toe heb, en wanneer ze nou zeggen, dat m'n humeur daarom niet deugt, nou, dan moeten de heeren 't maar zelf uitzoeken!

— En hebt u zich die geschiedenis nu niet aangetrokken ?

De oogen vlamden.

— Nee! Absoluut niet! U moet goed begrijpen, dat ik louter voor m'n pleizier speel, 't Is het eenig genoegen in m'n leven. Ik zit er iederen dag al op te vlassen, dat ik zomers, op Donderdag-avond, naar het Hercules-veld kan gaan, om me te trainen, 't Is m'n lust en m'n leven!

En dan zegde hij nog dit:

—Ach, ik heb er eerst wel aan gedacht om ze uit den weg te gaan, om de moeilijkheid voor den N.V.B. op zoo'n manier op te lossen. M'n vrouw heeft me wel tien keer gezegd:

IN MEI EN JUNI NAAR ZEE!

1828 HOTEL „GROOT-BADHUIS" - ZANDVOORT 1928

KAMERS MET VOLLEDIG PENSION VANAF f 8.50

Sluiten