Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

17

ÏSPORT IN BEELD.

DAGELIJKSCHE SNELVERBINDING NAAR EN VAN

BAZEL F 60.—

ZURICH F 70.—

BOEKT BIJ DE KONINKLIJKE LUCHTVAART MAATSCHAPPIJ, DEN HAAG, ROTTERDAM, AMSTERDAM EN ALLE REISBUREAUX.

De Rotterdamsche vereeniging Het Zuiden heeft ten tweede male achtereen het Kampioenschap van Nederland weten te behalen. En gedecideerd! De cijfers van de kampioenscompetitie, 5—1 en 11—2 tegen Voorwaarts en thans 10—0 tegen E.K.C.A., dat voorts tegen Voorwaarts met 5—1 en 5—2 het onderspit moest delven, zijn wel zeer overtuigend. Deze cijfers zijn temeer merkwaardig, omdat zij verre de grootste zijn, die in de kampioenswedstrijden van de laatste jaren zijn genoteerd. Het vorig jaar wist de Oostelijke kampioen Naas zelfs twee keer gelijk te spelen tegen Het Zuiden.

Vooral de beide wedstrijden in Rotterdam, tegen Voorwaarts (11—2) en nu tegen E.K.CA. (10—0), hebben de ploeg van Het Zuiden in volle kracht getoond. Die kracht ligt vooral in het bijzonder goede dameszestal van de kampioenen. Speelsters als mej. Richel en mej. Vaandrager zijn in elke selectie-ploeg op haar plaats. En ook de anderen, één slechts uitgezonderd, zijn niet alleen nuttig in het samenspel, maar nemen ook op haar tijd het initiatief tot schieten, vaak met succes. En daarnaast is het spelers-zestal van zeer respectabele lengte en athletische geschooldheid. Knapen als Dorsman, Beverdam en Looij paren aan zeer snel loopen, groote bal-techniek en een zuiver schot, terwijl v.d. Blankevoort en van Eek meer opvallen door hun tactiek en door vaak fijnere puntjes in het spel. De zesde speler was tot voor korten tijd Schors, zeker niet de minste, maar die is thans uitgeschakeld door een onwillige knie. Verhoeff, die hem vervangt, kan al aardig mee, maar hij moet nog wel leeren, dat in eerste-klasse Korfbal te veel zelf willen doen fnuikend kan zijn. Intusschen heeft Het Zuiden dit jaar geen pech gehad ook. Daar

was in de eerste plaats het feit, dat Deetos, de club van de Meij, pas in het laatste deel van het seizoen op dreef kwam. Het Zuiden verloor tegen de Dordtenaren, toen dezen geen kans meer hadden op de eereplaats met 7—3. Daar was verder het feit,dat K.Z.,en niet D.D.V.,kampioen in West IA werd. D.D.V. zou zeker voor den West 1B kampioen een moeilijker tegenpartij geweest zijn dan de, bovendien beide keeren onvolledige, ploeg van K.Z. Maar Het Zuiden is, op een kleine inzinking op het laatst van het seizoen dan na, zeker de meest constant spelende ploeg in Korfbal-Nederland geweest, en de eerepalm is welverdiend. Wij herinneren er nog aan, dat het Zuiden, in 1920 opgericht, reeds in 1924/25 promoveerde naar de overgangsklasse. In twee seizoenen werden de overige overgangers achtergelaten en promoveerde men naar de eerste klasse. En nu twee kampioenschappen!

Het kranig twaalftal van „Het Zuiden", dat door een. overwinning op E.K.C.A. (10—0) het Korfbal-kampioenschap van Nederland verwierf.

Wat van het voetbal-schandaal in het Stadion te zeggen ? Weinig! Heel weinig! Laten wij het in 't midden laten, wie ruw en gemeen speelden: Duitschland of Uruguay! Laten wij slechts vaststellen, dat er ruw en gemeen is gespeeld, en dat het publiek hierop reageerde als een bende woestelingen!Nog nooit heb ik zoo''n getier, geloei, gefluit in een Hollandsche sport-arena meegemaakt. Het gezelschap, dat ons dit onsmakelijk novum schonk, was cosmopolitisch. Ook dit hebben ons de Olympische Spelen gebracht....

Inmiddels heeft men deze passie-uiting te aanvaarden, zooals men het te aanvaarden heeft, dat in Spanje stieren-, in de Fransche mijnstreek hanen-gevechten plaats vinden. Aan deze ver dier lijking kan zelfs de meest fiksche propaganda voor meer ethiek in het menschen-leven niets veranderen. Het is een hopeloos geval, waarover zekere menschen, die van „heidenen" spraken, in hun vuistje lachen-

Het I.O.C. heeft echter wèl wat te doen. Leering uit dit schandaal trekken! En daarom of voetbal-tournooien, welke tot dergelijke excessen leiden, afschaffen, óf niet meer bazelen over bevordering van den wereld-vrede en verheffing van de menschheid door deze Olympische Spelen. Om nog van den bespottelijken eed niet eens te gewagen! Het I.O.C. kan slechts de sympathie van objectieve outsiders terug-winnen door verder niet al te veel franje om het evenement te weven. Meer dan ooit kan nu de eenvoud het kenmerk van het ware zijn. Doet men anders, doet men zalvend, dan huichelt men, want het dierlijk element in dit gedeelte van de Spelen is geopenbaard.

Artis en Hagenbeek zijn rustig bij zulk een stadion....

JOHN BUKS,

Sluiten