Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SPORT IN BEELD

18

Portretten met de lens en met de pen.

XX. C. A. W. Hirschman.

Het was op een van de laatste dagen van het Olympisch voetbal-tournooi, dat de hoofdredacteur van dit blad mij verzocht een interview te vragen aan den heer C. A. W. Hirschman.

In welke kwaliteit — vroegen we — wilt ge, dat ik met hem praat ?

Komt er niet op aan!

Dit was een verstandig antwoord van den heer Lauer, want men kan, met een man als

Hirschman, die vele kwaliteiten heeft, een vraag-gesprek toch moeilijk in de rails houden van één bepaalde kwali¬

teit, en het is, zoowel voor den interviewer als voor den geinterviewde, veel gemakkelijker om het vraag-gesprek niet te binden aan de kwaliteit.

Ik heb dan ook met Hirschman gesproken, met Hirschman, dien ik dertig jaar ken, en met wien ik gemeen heb, dat we veel van sport, veel van voetbal en veel van den N.V.B. houden.

Maar in een bepaalde kwaliteit heb ik niet met hem gepraat, en we hebben tegenover elkaar gezeten als goede oude bekenden, die over het hun geliefde voetbal keuvelden, en hij, met het besef, dat niet alles van wat hij zei in de krant zou komen en dat ik bovendien verantwoordelijk zou zijn voor den vorm, waarin het gesprokene was weergegeven.

Ik zocht Hirschman dan op, de vorige week, 's middags om half zes, toen zijn beroepsbezigheden nog lang niet ten einde waren en vóór dat hij aan zijn liefhebberij-bezigheden, die eiken avond in beslag nemen, kon beginnen.

Hirschman zat op zijn bureau in het oude huis op die mooie Heerengracht bij de Beulingsluis, pal op den hoek met het uitzicht op de boomen van de Leidschegracht. Een prachtig stukje Amsterdam dus!

Hirschman reikte me de hand, terwijl hij zat te telefoneeren over Olympische

aangelegenheden, gaf me een stoel en een

sigaar, en toen hij uitgepraat was door de telefoon, viel ik direct met de deur in huis, door hem te vragen of hij tevreden was met den afloop van het congres van de F.I.F.A.

Zijn antwoord klonk zoo spontaan, als men dat van een diplomaat verwachten mag, met minder reserve en restricf'e, dan ik gedacht had.

— Ja, het is onverwacht goed afgeloopen!

We babbelden wat door over het congres en kwamen toen natuurlijk ook aan het belangrijke punt omtrent de houding van Engeland ten opzichte van de F.I.F.A.

De heer Hirschman bleek een groot voorstander van een politiek, die de mogelijkheid van toenadering tusschen Engeland en de F.I.F.A. wil aanvaarden en entameeren. En wat mag hiervan de reden zijn?

C, A, W. HIRSCHMAN

De heer Hirschman kan niet goedkeuren een ontwikkeling van het voetbal zonder Engeland.

— Het hoort er toch bij, het is de bakermat van het voetbal, het heeft de rijpste ervaring.

Er is een groote kans, dat ook in dit opzicht de tijd alles zal regelen en herstellen.

Dr. Schricker uit Karlsruhe is namens het Comité Exécutif van de F.I.F.A. tegenwoordig geweest bij de vergadering van den International Board, en deze bij uitstek schrandere diplomaat, die bij de Engelschen en ook bij de Franschen veel vertrouwen heeft, heeft kunnen bereiken, dat we binnen afzienbaren tijd wellicht weer tot elkaar kunnen komen en dat er waarschijnlijk binnen enkele

maanden al een bijeenkomst zal plaatsvinden tusschen de vertegenwoordigers van de Britsche bonden en enkele kopstukken van de F.I.F.A.

Wij vroegen of de F.I.F.A. dan langer een voogdijschap van Engeland zou tolereeren.

Maar zoo scherp wilde de heer Hirschman de zaak niet stellen. Naarmate de F.I.F.A. grootec en stekker wordt, zal de verhouding tot Engeland beter worden, en de tijd zal veel vereffenen, wat we nu nog houden voor lacunes en hiaten.

Bovendien is Engeland het land met de grootste routine in de techniek der spel-wetgeving. En zelfs de bonden, die vroeger wel eens dachten, die wetgeving zonder Engeland te kunnen volbrengen, en die daarom medezeggingsschap eischten, zien nu toch wel in, dat het beter is voor de gelijkluidendheid van de voetbalwet over de heele wereld, dat Engeland voorloopig de wet blijft dicteeren.

De heer Hirschman erkende het kleine bezwaar, dat er bestaat, doordat Engeland zijn wetgeving herziet en vervormt, met als basis de eischen van het beroepspel; maar vergeten mag men niet, dat beroepsspelers tenslotte het spel toch in perfectie spelen, en kleine, te hinderlijke verschilletjes kunnen altijd wel uit den weg worden geruimd. Daaraan mag het groote,

mooie principe van een uniforme rechtspraak over de heele wereld niet ten offer worden gebracht.

We kregen het ook in ons gesprek over het Olympisch voetbal-tournooi, hetwelk de heer Hirschman, alles bijeengenomen, een groot succes noemde.

En zouden we nu tot '36 van een groot tournooi in Europa verstoken zijn ?

We kregen het daardoor over '32.

Het zal dan heel lastig zijn voor de meeste Europeesche landen, om naar Los Angeles te gaan.

De N.V.B. heeft er wel eens over gedacht, bv. een elftal naar ZuidAfrika te zenden, maar als men die plannen gaat uitwerken, strandt men toch wel op heel groote bezwaren. Men moet denken: zoo'n reis

Sluiten