Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3G5

muziek is levend en ook onsterfelijk, maar liet staat er voortaan zoo mede, dat wij haar niet hooren kunnen, omdat er niemand meer is, die haar kan zingen. Gij zelf, maëstro, zoudt, geloof ik, ver weg vluchten van de plaats, waar men bijv. de opvoering van uw Semiramis aankondigde, daar gij er zeker van zoudt zijn, dat uw vaderhart verscheurd zou worden. En wat hebben wij nu sedert Rossini, d.w. z. sedert ongeveer 40 jaren gehad? — Vier opera's van Meyer beer en ?"

Hoe kan men nu — zoo gaat de Minister voort — aan die onvruchtbaarheid een einde maken? Hij meent, dat dit alleen op twee wijzen kan geschieden, en wel 1°. door de opvoeding der zangers van meet af aan weer te beginnen — een lange en zeer moeilijke onderneming; 2». door aan do jonge componisten gelegenheid te geven, hunne werken op te voeren. Deze jongeren kunnen niet opgroeien. Zij worden reeds in de windsels versmoord door de volgende gewichtige omstandigheid: Het publiek namelijk is ongelukkigerwijze gewoon geraakt aan opera's, die 5 uur duren, maar hoe kan men nu verwachten, dat talenten, die nog in hun opkomst zijn, in staat zullen wezen, zulke werken te maken, of, indien zij dit mochten kunnen, een impresario zullen vinden, die zich, met het zeer waarschijnlijke vooruitzicht op een fiasco, groote onkosten voor een opvoering wil getroosten ?

„Wij moeten daarom die jongelieden zien te helpen — zegt Zijne Excellentie. — Wij moeten in Italië een groote vereenigiug oprichten samengesteld uit al de dilettanten en muziekliefhebbers, die men er in groot aantal aantreft

een vereenigiug, die ik, wanneer gij mijn voorstel om er president van te zijn,

aanneemt, Societa Bossiniana zou willen noemen. Zij zou geheel Italië omvatten en comité's hebben in de voornaamste steden. Natuurlijk moeten dan hare doeleinden, alsook de middelen om die te bereiken, juist omschreven worden.

Waarin deze zouden moeten bestaan, daarover behoeft in een brief aan U niet te worden uitgeweid; gij weet dat zooveel beter dan ik. Alleen wensch ik nog te zeggen, dat wanneer het voorzitterschap door U wordt aanvaard, en gij U met behulp van den secretaris, dien graaf Nigra (bedoeld wordt de toenmalige Italiaansche gezant te Parijs) de goedheid zal hebben U aan te wijzen, een weinig in betrekking zult willen stellen met de componisten en de in zulke zaken competente schrijvers en Maecenaten op het gebied der muziek van Italië en, zoo gij dit noodig oordeelt, ook van het buitenland — ik vast overtuigd ben, dat men zonder groote moeite 2000 a 2500 inschrijvers zal kunnen bijeenbrengen, die, a 40 of 50 lire per jaar, een voorloopig fonds van 10,000 lire vormen, hetgeen, vermeerderd met de opbrengst van eenige concerten, waarop met uw toestemming enkele van uwe nog onuitgegeven werken worden uitgevoerd, reeds een aardig sommetje zou uitmaken voor de bestrijding der kosten, die aan de uitvoering van mijn plan verbonden zijn.

Heeft dan die vereenigiug zich goed ontwikkeld en staat zij op vasten bodem, dan zou ik het volgende willen: Ik, als minister van openbaar onderwijs,

Sluiten