Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

398

bewegen er van, niet meer noodig is. Het boek is „Der Meisterin Terèsa Oarreno" opgedragen, die 't op dat laatste punt nu juist niet beelemaal eens is met B.

„Die natürliche Klaviertechniek" behoort in handen van iederen instrumentspeler, want, hoewel 't boek in hoofdzaak het klavierspel behandelt, bevat 't zoovele wenken over de „Automatik des gesamten Spielorganismus" dat ook violisten, cellisten en contrebassisten er veel uit kunnen leeren.

In de drie genoemde nieuwe boeken of methodes staat voorop „de mooie Toon". „C'est le ton qui fait la musique", en hoewel 'n pianist in dit opzicht „oogenschijnlijk" iets voorheeft op den bespeler van snaarinstrumenten, behoeft 't geen betoog, dat 't 'n groot verschil geeft, wie den toon maakt op de piano. Ik zeg, met opzet, maakt, want wat tot nu toe aanslag genoemd werd, (zie Lehre des freien Palis, pag. 48 Anmerkung) geeft bij beginnende leerlingen 'n geheel verkeerd begrip van de manier, noodig om 'n mooien toon voort te brengen, zooals B. en C. D. dat wenschen. Deppe gebruikte m.i. zeer juist de uitdrukking, „het laten vallen van den vinger".

C. D. zegt op pag. 2: „Helaas ontbreekt in iedere, zelfs in de met de meeste zorg geschreven methode, de grootste faktor, die juist in de eerste jaren zoo zorgvuldig diende behandeld te worden, nm. de vorming van den mooien toon". C. D. meent, dat 't aanwezig zijn van den toon op de piano, daarvan de oorzaak is. Ieder kan op zijn manier, alleen door 'n toets neer te drukken, 'n soort toon voortbrengen. Bij strijk, blaas, slaginstrumenten en de menschelijke stem moet die toon eerst geoefend worden vóór dat die „oirbaar" is. Deppe's eigen woorden daarover waren: „dass allein bei dem Klavier noch etwas zu tun sei".

We kunnen dan ook gerust alle methodes, die in Nederland in gebruik zijn, verouderd noemen. Er is er geen één, die, ook maar in één enkel opzicht, meegaat met één van de hierboven genoemde. Ook de „Virgil-methode" is volgens B. ten eenenmale 'n mislukking en wat er nog goed aan is van „Deppeschen" oorsprong. „Amy Fay" zegt in „the Music" van October 1898: „This method „is simply a new presentation of Deppe's method, point for point. Is in only „necessary to compare the one with the other to see their correspondence in „principle in nearly every particular. Mr. Virgil frequently emplois several „exercises to show what Deppe demonstrates in a single one, but the general „plan of his book is the same. ..." B. zegt ten slotte er van: „Diese „Machine" „ist für mich gleichbedeutend mit einer völligen Entgeistigung der Technik. Sie „verrat eine so grausame Verkennung von Ursache und Wirkung, dass man „nicht umhin kann, über dies ganze System der Torheit zu lacheln".

Moeten daarom alle onderwijzers en onderwijzeressen de methode, die ze gebruiken aan kant doen om één van de hierboven genoemde, te nemen ? Dat is niet dadelijk noodig.

S. behandelt in zijn „freier Pall" zijn leerstof in drie gedeelten: 1ste afdeeling:

Sluiten