Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toewijding die de vertolking vau zulke werken eischt. Het programma bevatte kerkelijke koren van Sweelinck, Palestrina, Ingegneri, Hassler, Clemens non Papa, Lotti, Orlando di Lasso, Pierre de la Rue, Mozart en Bruckner, benevens Oud Nederlandscbe Volksliederen en koren van Cornelie van Oosterzee en Brahms. Het koor heeft bijzonder mooi gezongen, en overal bleek het voornaam en voor deze muziek zoo juiste stijlgevoel van den dirigent Averkamp. De wereldlijke koren, zooals de volksliederen (die eigenlijk ook voor een groot deel tot de kerkelijke kunnen gerekend worden) en de mooie werkjes van Brahms werden door het publiek het warmst ontvangen, doch ook in de andere koren waardeerde het de buitengewone voordracht van deze zangeressen en zangers. Met groot genoegen leerden wij Avond van Cornelie van Oosterzee kennen, die op het mooie gedichtje muziek vol stemming en uitdrukking componeerde, die op de schoonste wijze werd geintroduceerd.

Na hetgeen wij hoorden begrepen wij de groote geestdrift van het Berlijnsche publiek en der kunstenaars aldaar ten volle.

Het Residentie-orkest gaf in den Stadsschouwburg het eerste der serie concerten door de firma Alsbach en Doyer georganiseerd, waarbij ook eenige bekende buitenlandsche dirigenten het orkest zullen leiden. Dit eerste concert werd door Mr. Viotta gedirigeerd en trad de groote violist Eugène Ysaye als solist op. De indruk die dit orkest maakte was voortreffelijk. Vroeger hebben wij al geroemd het prachtig ensemble der koperen blaas-instrumenten, nu frappeerde ook de groep der houten blaas-instrumenten en de vollere klank der strijk-instr urnen ten. Na een zeer levendige wedergave van de Leonore-Ouverture No. 3 van Beethoven, hoorden wij de Impressions d'Italie van Charpentier, waarin de bijzondere eigenschappen van dit orkest, dat in een paar jaren is ontwikkeld tot een buitengewoon ensemble, zeer schoon uitkwamen. Dadelijk trof de melodie door al de violoncellen ingezet, met groote eenheid en zuiveren, schoonen toon gespeeld. Ook de altsolo door den heer Bart Verhallen en later de violoncel-solo van den heer van Tsterdael trokken zeer de aandacht. Het zeer moeielijke werk werd onder Viotta's uitstekende leiding met veel kleur en stijlbegrip vertolkt en hiermede heeft dit orkest een belangrijk proefstuk afgelegd. Het allerschoonst slaagde het Meistersinger-Voorspel, dat een buitengewonen indruk maakte en dat aan Viotta een stormachtige ovatie van het publiek verschafte. Zelden of nooit hoorden wij dit voorspel zoo kernachtig en „schwungvoll" spelen als thans. Zeldzame geestdrift wekte ook Ysaye met zijn spel. In het G-dur Concert van Mozart heeft hij vooral het Adagio op buitengewone wijze gespeeld. Dat was uniek. En toen hij daarna het Concert van Max Bruch voordroeg, ging er als het ware een nieuw licht op over deze zoo vaak gehoorde compositie, die reeds in 1868 door Joachim, op een muziekfeest te Keulen, bij het publiek bekend werd gemaakt. Na deze vertolking kreeg de violist een ovatie, zooals slechts zelden aan een solist te beurt viel.

Doch er was den geheelen avond groote geestdrift. De mooie eigenschappen van het orkest en de prachtige klank die het ontwikkelde, kwamen in de schouwburgzaal voortreffelijk uit. De volgende concerten zullen worden gedirigeerd door Willem Kes, F. von Weingartner, Gabriel Pierné en Bern. Stavenhagen.

Carl Flesch en Julius Röntgen gaven hun tweede soiree met medewerking van Joh. Messchaert, die op roerend schoone wijze Beethoven's cyclus: An die ferne Geliebte en vier liederen van Schubert zong. De zanger wist ons weer zeer in het gemoed te treffen door zijn zang, die steeds aan diepte en uitdrukking schijnt te winnen. De toejuichingen verkregen den vorm eener ovatie, zoowel bij zijn opkomen als na de voordrachten. Flesch en Röntgen speelden de Kreutzer-

556

Sluiten