Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE DEFENSIE VAN INDIE.

13

geval 3 a 4 jaar kan bedragen. Wellicht zou in sommige gevallen eenig surplus nog wenschelijk wezen om den Hollandschen diensttijd niet al te kort te doen zijn. Deze oplossing zal met zich moeten brengen, dat de gezinnen van gehuwde officieren en onderofficieren van alle rangen den echtgenoot naar de tropen zullen kunnen volgen. Daarvoor zijn dan allerlei maatregelen noodzakelijk om die gezinnen een behoorlijk verblijf en c.q. aangenaam milieu te verzekeren. In het derde geval zal evenals thans het verblijf in Indië

3 jaar duren en ook de Nederlandsche termijn minstens 3 jaren moeten bedragen. De verhouding Nederland : Indië =

4 : 3 blijft dus gehandhaafd, doch thans uitgaande van het personeel, noodig in Nederland. Daardoor zal natuurlijk in Indië een tekort ontstaan, hetwelk wordt aangevuld door personeel met Indisch dienstverband en aangenomen op de gebruikelijke Indische voorwaarden wat betreft verloven, pensioenen, enz. Men zou dit stelsel dus eene samenvoeging kunnen noemen van de oude regeling en die van sub 1. Ook hierbij zijn dus bijzondere voorzieningen als bij het 2e stelsel noodig, doch op kleinere schaal.

Ik zal thans op cle voor- en nadeelen van elk dezer stelsels niet verder ingaan; een uitgebreide studie zal noodig zijn om te beslissen welken weg door ons zal moeten worden gevolgd. Het was slechts mijn bedoeling aan te toonen, dat eene rationeele oplossing van het personeelvraagstuk mogelijk is, wanneer men slechts den vasten wil heeft haar te doen slagen.

Ik merk nog op dat bij eene torpedovloot het schippersvak kan verdwijnen en kan worden samengevoegd met het korps torpedisten. Het korps monteurs zak kunnen worden ingekrompen ; het aantal electrische inrichtingen toch is bij eene torpedovloot veel minder omvangrijk en althans op de torpedobooten zal hiermede de torpedomaker of de machinist kunnen worden belast.

Oefening.

Een vraagstuk van niet gering belang bij eene torpedovloot is de oefening der bemanning. Voor de hoofdsteunpunten, waar slechts over 2 torpedokruisers en 1 mijnenlegger als doelschepen kan worden beschikt, zou in de oefening kunnen worden voorzien, b.v. door detacheering van de helft der daar aanwezige torpedo- en onderzeebooten naar Soerabaja, welke met de andere helft op gezette tijden omwisselt. Te Soerabaja zijn op die tijden dus in oefening 16 torpedobooten en 16 onderzeeërs, waarvoor beschikt kan worden over

Sluiten