Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BOEKBEOORDEELINGEN. 119

en werking van springstoffen; III. Onderzoek naar de werkzame kracht van eene springstof; IV. Vervaardiging en eigenschappen van springstoffen ; V. Ontstekingsmiddelen ; VI. Vervoer, oplegging en onschadelijk maken van springstoffen; VII. Ontsteking van ladingen; VIII. Vernieling en opruiming van verschillende constructies en materialen ; IX. Toepassingen in den mijnbouw; X. Toepassingen in den landbouw. Aanhangsel.

De bewering op pg. I, dat de naam „ontplofbare stoffen" minder juist zou zijn, wanneer hiertoe ook gerekend worden buskruit e. d. die „niet kunnen ontploffen, maar alleen verbranden", is aan bedenking onderhevig. Het komt ref. voor, dat deze onderscheiding van ontploffen en verbranden niet juist is. Het effekt van eene ontploffing moet toch steeds zijn: het ontwikkelen van eene groote hoeveelheid gas van hooge temperatuur in een zeer klein tijdsbestek, zoodat eene plotselinge, sterke druktoename plaats vindt. Dit geschiedt bij de „verbranding" van buskruit evengoed als bij de „ontploffing" van b.v. schietkatoen, al is de snelheid, waarmee dat geschiedt, in het eerste geval iets kleiner dan in het tweede. Het feit, dat in het ie geval de oxydeerende koolstof in vrijen toestand en in het 2e geval in een organisch molekuul gebonden is, behoeft geen aanleiding te zijn tot die onderscheiding tusschen verbranding en ontploffing.

Onjuist is het ook, wanneer op pg. 15 wordt gesproken van een „scheikundig mengsel". Een mengsel is een mengsel zonder meer en de bestanddeelen zijn eenvoudig mechanisch in fijn verdeelden toestand naast elkander gebracht. Het woord- „scheikundig" vóór het woord „mengsel" heeft hier absoluut geen zin. Ook is het niet in te zien, waarom de springstoffen, die geen zuurstof bevatten, op pg. 15 als 3e afzonderlijke groep worden genoemd naast de groep der mengsels en die der scheikundige verbindingen. Die zuurstoflooze springstoffen zijn toch óók öf mengsels öf verbindingen ? Bezwaren moet ref. verder maken tegen de uitdrukking (eveneens op pg. 15) „de werking van de talrijke springstoffen berust op scheikundige reacties van stoffen, welke vrije zuurstof tegelijk met brandbare stoffen doen ontstaan." Dergelijke fraseologie doet dujdelijk zien, dat de schrijver geen chemicus is. De definitie van brisante en niet-brisante springstoffen op pg. 17 is ook niet gelukkig. Het hoofdstuk III, waarin thermochemische berekeningen worden gegeven is vrij duidelijk gesteld, alleen is de bewering op pg. 56, dat de ontploffing van een springstof met hoog soortelijk gewicht in haar eigen volume vaak onmogelijk is, zooals dat vpor

f

Sluiten