Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

178 bescheiden uit de archieven der maione, enz.

het gelukt was van onder 's vijands Batterijen te ontvlugten. De eerstgemelde deed ik post vatten op het gevaarlijke punt van het Eiland Rosenburg ten einde de in den Briel opgesloten vijand te observeeren en de laatste stelde ik onder de orders van den Kapitein keller bij Dordt. Het is bekend de nuttige dienst en het aan den vijand gedane kwaad, welke in^de eerste dagen onzer omwenteling die kleine navale magt aldaar verrigt heeft.

Vier zinkvaartuigen had den Generaal de LandaS bereids de 24 November laten klaar maken om in het Spuij te doen zinken, teneinde te beletten dat de fransche flotilje te Hellevoetsluis liggende, langs dien kant naar herwaarts zoude gekomen zijn, en waarvoor men alhier zeer beducht was. Ik besteedde oogenblikkelijk mijne grootste zorg om deze importante operatie te dirigeren, en dienzelfden dag ter geruststelling der Stad Rotterdam vertrokken deze vaartuigen naar het Spuij onder geleide van een kanonneerboot, gecommandeerd door den Heer hendriksen, welken zich dan ook van dezen last behoorlijk gekweten heeft l) . . .

De rest van het rapport is in hoofdzaak weergegeven in de hiervoren afgedrukte correspondentie.

Wie die correspondentie in haar geheel heeft gevolgd, zal wel instemmen met de woorden, die ik in den aanhef dezer publicatie schreef, dat het aandeel, hetwelk de marine in de bevrijding van Nederland in 1813/14 gehad heeft, niet gering is geweest. Met uitzondering van de blokkades der vestingen in het binnenland heeft zij, van den 2 ien November af, medegewerkt aan alle verrichtingen, waarbij een krijgsmacht hulp kon verkenen. Feitelijk is zij de eerste geregelde krijgsmacht geweest, op welker steun de hoofden van den opstand konden rekenen.

's-Gravenhage, 6 Februari 1915.

l) Volgens besluit van den Souv. Vorst van 27 Jan. 1814, No. 56 moesten de schepen in «het Spui worden gelicht.

Sluiten